Genomics
Nanotechnologie
Voortplantingstechnologie
Transplantatie
Biomateriaal
Bio-ethiek
Genetische verbeteringstechnologie
Euthanasie
'Over'bevolking
Biologisch determinisme
Mens & Machine
Marktwerking in de zorg
Bedrijven
Akties
Kalender
BioBrief, oude uitgaven
Biotechnologie archief NoGen
Helix publicaties
Recensies
Links
01 Jan - 31 Dec 2010
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994
Werkplaats Biopolitiek
Burgtstraat 3
6701 DA Wageningen
tel.: 0317 - 423588
fax: 0317 - 450144
info(at)biopolitiek.nl
De inkomsten van de werkplaats bestaan voornamelijk uit giften. Wij kunnen uw steun erg goed gebruiken. Giften kunt u storten op:
giro: 1729278
van NoGen in Wageningen.
Aftrekbaar van de belasting zijn giften aan de stichting Diskussie over Biotechnologie (stg DOB), de rechtsvorm waar Werkplaats Biopolitiek onder valt. Het gironummer van stg DOB, eveneens in Wageningen, is 3087127.
Werkplaats Biopolitiek is een onderdeel van het Politiek Infocentrum Wageningen. Andere groepen die er werkzaam zijn zijn: het inheemse volkeren archief 'de Ekster en de Olifant', 'illegalen' ondersteuning en opvang 'Vluchtelingen Onder Dak', Biotechnologie archief NoGen en 'Werkgroep Xenotransplantatie Vraagstukken'.
Wilt u eens komen kijken, mail of bel even voor een afspraak.
Maillijst: nieuws(at)biopolitiek.nl
BioBrief 4, voorjaar 1998
Gezondheidsraad bepleit Onderzoek met Embryonale Stamcellen
In rap tempo volgen ontwikkelingen in de biologie elkaar op. Dolly, Polly, kikkers zonder kop... Tot nu toe bleef het bij dieren, maar welke mogelijkheden met menselijk materiaal worden verkend?
Sommige
mensen zien een embryo als een mens, anderen als een onderdeel van de
vrouw waarin het groeit en veel wetenschappers zien een embryo als
interessant onderzoeksmateriaal.
De vraag is wat de wetenschap met een embryo mag doen.
Veel wetenschappers willen 'rest-embryo's' -overgebleven van pogingen om via reageerbuisbevruchting kinderen te krijgen- gebruiken om onderzoek mee uit te voeren. Nu staat daar nog een termijn van maximaal 14 dagen voor. Daarna bereikt een embryo een bepaalde beschermwaardige status. Het werken met embryo`s is omstreden. Zo vinden velen het bedenkelijk om embryo's te kweken voor onderzoek. Maar ook het gebruik van 'rest-embryo's' valt niet bij iedereen even goed. Rest-embryo's moeten na maximaal vijf jaar vernietigd worden.
Reeds jarenlang wordt over wetgeving rond embryo-onderzoek gesteggeld.
De
Gezondheidsraad bracht -op eigen initiatief- op 26 november 1997 een
rapport uit over onderzoek met embryo`s. Het rapport, Onderzoek met
embryonale stamcellen, werd wat sneller uitgebracht dan eerder gepland.
Kamervragen naar aanleiding van de kikkers zonder kop van de Britse
ontwikkelingsbioloog Jonathan Slack-die in oktober 1997 de gemoederen
beroerden - deden de Gezondheidsraad hiertoe besluiten. Het rapport is
een 'signalement met het oog op aangekondigde wetgeving over
handelingen met menselijke geslachtscellen en embryo's.' Een
wetsvoorstel wordt dit jaar verwacht.
Sommige onderzoeksgroepen -met
name ontwikkelingsbiologen - zijn zeer benieuwd naar hoe een embryo
zich ontwikkelt en willen het daarom nog een tijdje buiten de
baarmoeder laten groeien. Anderen zien al toepassingen van dergelijk
onderzoek, zoals het kweken van reserve-organen.
De
Gezondheidsraad stelt in het rapport voor de wetenschap ruim baan te
geven. De beperkingen die Minister Els Borst-Eilers van VWS een paar
jaar geleden aan embryo-onderzoek stelde, verhinderen belangrijk
onderzoek, zo schrijft de Gezondheidsraad.
Toch kan men ook
betogen dat minister Borst de teugels al flink heeft laten vieren. Haar
voorgangers, staatsecretaris voor gezondheid Simons en
justitie-minister Hirsch Ballin, vonden in 1993 zelfs het wegnemen voor
onderzoek van een cel van een embryo al te ver gaan, omdat uit die ene
cel in potentie een mens kan groeien. Twee jaar later, als het Paarse
kabinet is aangetreden en D66 de ministers voor Gezondheid en Justitie
levert, waait er een andere wind. In 1995 gaf minister Borst (die
overigens voordat zij minister werd vice voorzitter van de
Gezondheidsraad was) ruime contouren aan van de aanstaande Wet over
Handelingen met Geslachtscellen en Embryo`s. Borst beperkte middels een
notitie aan de Tweede kamer gebruik van embryo`s voor onderzoek tot
drie terreinen: menselijke embryo`s mogen worden gebruikt voor
onderzoek gericht op vergroting van de kennis over (on)vruchtbaarheid,
kunstmatige voortplanting en erfelijke of aangeboren aandoeningen. Er
is dus al flink wat onderzoek met embryo`s toegestaan.
De Gezondheidsraad stelt nu de vraag of rest-embryo`s 'wanneer de man en vrouw van wie de ei- en spermacellen afkomstig zijn daarvoor zouden willen kiezen, mogen worden gebruikt voor wetenschappelijke of therapeutische doeleinden.' Waar minister Borst in 1995 nog embryo`s vrijgaf voor 'slechts' drie onderzoeksterreinen, bepleit de Gezondheidsraad nu opheffing van die beperking tot onderzoek gericht op vergroting van de kennis over (on)vruchtbaarheid, kunstmatige voortplanting en erfelijke of aangeboren aandoeningen.
Wat kun je doen met Embryonale Stamcellen (ES)
Naast
de drie toegestane onderzoeksterreinen is in de toekomst een belangrijk
onderzoeksgebied de zogenaamde Embryonale Stamcellen. Deze ES cellen
zijn ongedifferentieerde voorlopers van alle soorten cellen waaruit de
weefsels en organen van het embryo worden opgebouwd. Uit ES cellen kan
dus nog van alles groeien: een arm, long of huid. Als de cellen van het
embryo na een paar weken flink vaak gedeeld zijn hebben de cellen een
taak gekregen: de een groeit uit tot wenkbrauw, de ander tot hart. Het
zijn gedifferentieerde cellen geworden.
Het blijkt mogelijk te
zijn ES cellen (die dus nog van alles kunnen worden) uit embryo`s te
isoleren en in kweek te brengen. Dan zijn er twee mogelijkheden. Men
kan ze hun stamcel karakter laten behouden, of ze gericht aanzetten tot
differentiatie, zodat embryonale cellen van uiteenlopende aard ontstaan.
Voor
Embryonale Stamceltechnologie zijn diverse toepassingen te bedenken.
Met name voor de transplantatie-industrie liggen vele mogelijkheden in
het verschiet.
Transplantatie
ES cellen zouden een
alternatief kunnen zijn voor therapeutisch gebruik van foetussen voor
Parkinson. Dit wordt namelijk in de Wet Orgaan Donatie verboden. ES
cellen bieden grote voordelen boven emotioneel beladen foetussen. ES
cellen zijn immers zelf geen embryo, laat staan een foetus. Mocht men
er in slagen ES cellen zo op te kweken dat ze dezelfde werkzame
eigenschappen hebbben als foetussen voor Parkinsonpatienten, dan is
daarmee weer een ethisch probleem omzeild. Geen pro-lifers voor de
kliniek die de foetus-therapie te vuur en te zwaard bestrijden omdat
ervoor ?gemoord? is; noch akties en notities van feministes die de
heren medici beschuldigen van het gebruiken van vrouwen als
grondstofproducenten voor Parkinson-medicijnen.
Door het aanzetten van de ES cellen tot differentiatie, is het wellicht mogelijk de embryonale stamcellen te gebruiken voor het maken van organen. De gedifferentieerde stamcellen zouden kunnen uitgroeien tot hartspier-, zenuw- of levercellen. Deze nieuwe vorm van Tissue Engineering (kunstmatig kweken van (orgaan)weefsel, zie ook kader) zou moeten geschieden in een matrix in de vorm van het gewenste orgaan. Daarop anticiperend zou men ES cellen rond iedere geboorte kunnen veiligstellen met het oog op eventuele transplantatie later in het leven. Men zou bijvoorbeeld bij IVFbevruchting een extra embryo kunnen kweken en dat invriezen voor het gedifferentieerde cellen maakt. Een andere mogelijkheid is misschien om, a la de methode Dolly, na de geboorte van een kind een celkern van de baby in te voeren in ES cellen van een `overtollig` ongedifferentieeerd embryo. Dat embryo zou vervolgens baby-identieke ES cellen kunnen maken, waaruit later organen kunnen worden gemaakt voor de baby. Voordeel van een embryo is dat het makkelijk te bewaren is omdat het klein is en diepgevroren een aantal jaren goed te houden is. Mocht de kleine in de eerste levensjaren een nieuw onderdeel nodig hebben, dan trekt men de ES- cellen-houder (door romantici steevast een embryo genoemd) uit de vriezer en begint aan een nieuw orgaan of huidje voor de kleine.
Afstoting
Het
grote probleem bij iedere transplantatie is afstoting van het
lichaamsvreemde transplantaat. Wellicht kan de ES-technologie ook dit
probleem omzeilen? De Gezondheidsraad lijkt hierover hoopvol gestemd.
Zou men overgaan tot transplantatie van de gekweekte cellen, dan kan
met ES-cellen wellicht de afstoting door de ontvanger onderdrukt
worden. Het idee is om uit ES cellen verkregen zogenaamde
hematopoietische stamcellen (om het immuunsysteem van de ontvanger te
versterken) in de ontvanger te plaatsen. Dit is bij muizen nog niet
zo`n succes gebleken, maar er wordt gewerkt aan verbetering door de
kweekomstandigheden te verbeteren van hematopoietische stamcellen.Men
zou ES cellen niet alleen kunnen kweken, maar eveneens genetisch kunnen
manipuleren om ze beter geschikt te maken voor
transplantatiedoeleinden. Productie van hematopoeitische cellen kan
mogelijk een alternatief vormen voor beenmergtransplantatie. En men zou
dergelijke cellen kunnen transplanteren naar levers die zelf hun
kapotte cellen niet meer vervangen (levertransplantie is vreselijk
moeilijk en duur, BB). 'Zelfs kan gedacht worden aan het kweken van
celtypes waarvoor de natuur geen herstelmechanismes heeft voorzien:
hartspiercellen of dopamineproducerende cellen voor implantatie in
mensen met Parkinson,' aldus de Gezondheidsraad. In de toekomst die de
Raad de minister voorspiegelt, zouden transplantaties beter kunnen
slagen doordat gekweekte organen of weefsel specifieker worden
toegesneden op de ontvanger. 'Om de kans op afstoting te verkleinen
zou, bij het eventueel opzetten van cellenbanken, rekening moeten
worden gehouden met de behoefte aan geschikt transplantatiemateriaal
voor de leden van specifieke bevolkingsgroepen.' Men fantaseert hier
over het kweken van bijv hart, long of levercellen met verschillende
zogenaamde histologische eigenschappen. Histologie is van belang bij
het afstotingsmechanisme van vreemde organen of cellen. Bij
transplantatie zoekt men altijd organen met zo goed mogelijk
overeenkomende histologische eigenschappen. Nu stelt men dus voor om
zoveel soorten weefsel te kweken - uit embryologische ES cellen - als
er histologische eigenschappen voorkomen. Dan zou er voor ieder die een
nieuw orgaan nodig heeft een histologisch passend orgaan te kweken
zijn.
Ethische verantwoording
Transplantatie-toepassingen
met gedifferentieerde cellen zijn er dus legio te bedenken. Door het
toevoegen van differentiatie-remmende stoffenis het eveneens mogelijk
ongedifferentieerde cellen te onderzoeken. De toevoeging kan het
stamcelkarakter kunstmatig behouden blijven. Daarnaast zijn nog meer
interessante vragen te stellen over embryonale ontwikkeling. Hoe vindt
bijvoorbeeld de ontwikkeling van een embryo tot een gedifferentieerd
organisme plaats op moleculair niveau? Ook daarvoor is het bestuderen
van ES cellen belangrijk. Liefst in een reageerbuis (in vitro) want in
een baarmoeder (in vivo) kijkt het zo lastig en bovendien vormen de
cellen daar al snel een complex geheel. In vitro is de complexe
celvorming nog wel te beinvloeden. Toepassing hiervan is ?het kweken
van embryonale stamcellen om meer te weten te komen over het
differentatieproces in de vroege ontwikkeling van de mens, wat
belangrijk kan zijn voor het verbeteren van de IVF-praktijk en voor het
voorkomen van van aangeboren afwijkingen?, aldus een
ontwikkelingsbioloog in BioNieuws.
De Raad houdt de minister nog een
worst voor. Onderzoek op moleculair niveau aan ES cellen kan inzicht
geven in het ontstaan van ziektes. Die inzichten zouden therapieen
kunnen opleveren tegen ontwikkelingsstoornissen of neurodegeneratieve
ziekten zoals Parkinson.Ook kunnen de ES cellen gebruikt worden voor
onderzoek naar toxiciteit van stoffen. Men denkt aan het testen van
nieuwe geneesmiddelen, diagnostica of nieuwe chemicalien. Een ethische
verantwoording heeft de Raad er al voor: Het scheelt proefdieren of
proefpersonen.
netjes geregeld
Een ander
interessegebied vormen de eveneens ongedifferentieerde embryonale
kiemcellen (geslachtscellen), door de Raad liefkozend EG cellen
(Embryonal Germcells) genoemd. Deze onstaan weliswaar uit stamcellen
maar blijken -zo leerde men uit onderzoek bij muizen - toch nog
ongedifferentieerd en volledig gelijk aan ES cellen te zijn. Door
manipulatie van de kiembaan van muizen, zo noemt de Raad nog een
mogelijkheid op, kon men veel te weten komen over functies van genen.
Zo 'zijn inmiddels de specifieke functies van tientallen
ontwikkelingssturende zoogdiergenen opgehelderd.'
Alle genoemde
toepassingen van ES technologie zijn met dierlijke embryo`s uitgevoerd,
en (een enkeling) berust op fantasie. Het in Utrecht gevestigde
Hubrecht Laboratorium voor Ontwikkelingsbiologie heeft met dierlijk
materiaal de nodige ervaring op gedaan en wil nu de stap wagen naar
onderzoek met menselijke embryo`s. Prof . Dr. Siegfried de Laat,
directeur van dit KNAW-instituut is het helemaal eens met het rapport
van de Gezondheidsraad. Niet zo vreemd want ?de Gezondheidsraad heeft
zich mede gebaseerd op onze inbreng in discussies?, zo vertelde De Laat
in januari aan BioNieuws. De Raad doet een goed woordje voor De Laat:
'Het is,' zo schrijft zij in het rapport 'aannemelijk dat het ook
mogelijk is menselijke ES cellen te isoleren (....) die zouden kunnen
worden verkregen uit overtollig geworden embryo`s uit de IVF-praktijk.'
In het buitenland wordt daar namelijk al enige tijd aan gewerkt. Het
lijkt erop dat volgens de Raad Nederland niet mag achterblijven.
Het Hubrecht Laboratorium voert reeds gesprekken met de IVF-kliniek van
het Academisch Ziekenhuis Utrecht om rest-embryo`s te verwerven. Nog in
de eerste helft van 1998 wil De Laat een onderzoeksvoorstel indienen
bij de Kerncommissie Ethiek Medisch Onderzoek (KEMO)*.
Bionieuws noteerde een ontroerend nobele motivatie van De Laat, die het
belangrijk vindt dat Nederland de boot niet mist: 'Dit soort
experimenten kunnen het best plaatsvinden in landen waar de zaken
netjes zijn geregeld en er voldoende controle is. Dat is in ons land
doorgaans het geval. Ik hoop dat de politiek daarom snel met goede
wetgeving voor werken met ES-cellen zal komen.'
Politiek
De
Gezondheidsraad bedrijft met dit rapport politiek. Zij pleit voor
vergaande uitbreiding van de onderzoeksmogelijkheden met menselijk
embryonaal weefsel. Dit moet volgens haar wettelijk geregeld worden in
de aanstaande Wet over Handelingen met Geslachtscellen en Embryo`s
:'Het voornemen in de aangekondigde wet een limitatitieve opsomming (de
drie onderzoeksgebieden uit de notitie van 1995, BB) op te nemen is de
aanleiding voor dit rapport.'
Het is niet alleen vanuit
PR-oogpunt verstandig dat de Raad ergens in het rapport vraagt om
`bezinning? op de mogelijkheden van ES-cellen. Men constateert dat
ES-cel-technologie raakt aan ethisch omstreden technieken, zoals
kiembaaninterventie en embryo-technologie als klonen. Misschien is het
veelzeggend dat de Nederlandse regering het verbod op klonen van mensen
in eerste instantie niet wilde ondertekenen omdat het te beperkend zou
zijn voor onderzoek. Er is, zo schrijft de Gezondheidsraad, een
discussie gaande over de aanvaardbaarheid van kiembaaninterventie.
Geruststellend voegt men daar aan toe dat er internationaal een brede
consensus is dat kiembaaninterventie bij de huidige stand van de
wetenschap onverantwoord is. Overigens wordt met de zinsnede `bij de
huidige stand? een voorschot genomen op ontwikkeling van
kiembaaninterventie. Voor het wetsvoorstel is van belang dat het door
de GR voorgestelde onderzoek geen kiembaaninterventie beoogt. Dat
laatste taboe in de biologie is immers wettelijk verboden.
ES
cellijnen zijn afkomstig van embryo`s en vallen daarmee onder de
aanstaande embryo-wet. Volgens de huidige richtlijnen is
embryo-onderzoek slechts toegestaan op drie onderzoeksterreinen: voor
onderzoek gericht op vergroting van de kennis over (on)vruchtbaarheid,
kunstmatige voortplanting en erfelijke of aangeboren aandoeningen. Ook
ES-onderzoek moet volgens de Raad toegestaan worden. In Frankrijk lijkt
dit te gebeuren, zo meldt de Raad gretig in haar rapport. Weliswaar is
de huidige regelgeving rond embryo-onderzoek daar stringent, maar sluit
zij import van ES cellen niet uit. Om deze ongerijmdheid te ondervangen
pleit het nationale ethiek comite (CCNE) er voor om in de aanstaande
herziening van de embryowet ES-cel onderzoek mogelijk te maken. Als een
stringente wet al kan worden omgebogen zodat ze ES-onderzoek toestaat,
dan moet dat belangwekkende onderzoek in het liberale Nederland toch
zeker ook toegestaan worden, zo lijkt de gedachte van de
Gezondheidsraad.
De Raad stelt de hamvraag: 'Sluit de opsomming
van drie onderzoeksdoelen met embryo`s niet meer uit dan dan gewenst
is?' Met name irriteert het de Raad dat transplantatiedoeleinden in
Nederland buiten het embryo-onderzoek vallen. Haar voorstel luidt dan
ook om in het wetsvoorstel dat in 1998 naar de Tweede Kamer wordt
gestuurd, de opsomming van toegelaten gebieden te vervangen door de
'open geformuleerde eis dat menselijke embryo`s alleen mogen worden
gebruikt voor onderzoek waarmee een zwaarwegend gezondheidsbelang is
gediend.' Daar kun je alle kanten mee uit. Om kritiek op deze
formulering te ondervangen haast de raad zich om aan te haken bij ?een
garantie in het wetsvoorstel?. De minister wil namelijk in de wet
opnemen dat embryo-onderzoek getoetst moet worden door een centrale
commissie. Bevrijd van iedere verantwoordelijkheid voor wat er verder
met de vergaande aanbevelingen van de Gezondheidsraad gebeurt, besluit
zij haar rapport met als laatste zin: 'Aan die commissie zou kunnen
worden overgelaten er op toe te zien dat menselijke embryo`s alleen
worden gebruikt voor onderzoek waarvan het belang boven iedere twijfel
verheven is.'
Een 'zwaarwegend gezondheidsbelang,' te beoordelen door een centrale commissie. Geeft dat veel vertrouwen?
Gevoelig
De
Volkskrant vroeg woordvoerders van IVF klinieken en van de
'patientenvereniging' - sinds IVF ben je kennelijk 'patiënt' als je
geen kinderen kunt krijgen - voor onvrijwillige kinderloosheid, Freya,
of ze problemen hebben met het vrijgeven van rest-embryo`s voor het
door de gezondheidsraad voorgestelde onderzoek.
Dr. M. Pieters,
hoofd van de IVF kliniek van het Rotterdamse Dijkzigt Ziekenhuis, ziet
er wel wat in: 'het ligt gevoelig, maar als ik als ouder weet dat de
overtollige embryonale cellen die ik in een vriezer heb liggen, kunnen
dienen om een ongeneeslijk ziek kind te redden, dan zou ik daar vrede
mee hebben.' Ook J. Van der Schoor van Freya lijkt dergelijk onderzoek
geen probleem: 'Hoewel de meningen hierover verschillen zullen veel
ouders het beschikbaar stellen van overtollige embryonale cellen
vergelijken met het geven van bloed of het afstaan van een
donororgaan.' Van der Schoor lijkt zich zelfs liever op te stellen
achter de wetenschap dan pal te staan voor emotionele of ethische
bezwaren van haar achterban: 'Veel paren zien die celletjes in de
IVF-vrieskist als een potentieel broertje of zusje van hun andere
kinderen. Maar bij die opvatting kun je kanttekeningen plaatsen. We
hebben het in feite over een heel vroeg ontwikkelingsstadium van een
paar cellen, die anders zouden worden vernietigd.'
Heeft de wetenschap al bijna weer een ethische barrière geslecht? Embryologen, ontwikkelingsbiologen en voortplantingstechnologen lijken zich over niet al te lange tijd te kunnen verheugen in een toevloed van menselijk weefsel als onderzoeksmateriaal. Het kweken van reserve-onderdelen lijkt niet meer ver af. De Gezondheidsraad ziet het vrijgeven van embryo's als JJn van de grondstoffen voor de Tissue Engineering -markt liever vandaag dan morgen geregeld.
Gebruik makend van de kerntechnologie van menselijke weefselculturen, ontwikkelen wetenschappers in snel tempo de technieken voor het manipuleren van weefsel. Op driedimensionale `matjes` hopen ze delen van het menselijk lichaam te kunnen laten groeien. Men denkt aan organen, neuzen of oren, ter vervanging van verloren gegaan of versleten weefsel. Ruim twee jaar geleden schokte een voorbeeld hiervan de publieke opinie: het beeld van een muis met een mensenoor op z'n rug. Tissue Engineers werken reeds aan menselijke huid, spieren, hartkleppen, kraakbeen, aderen, bloed, lever- en niercellen voor transplantatie. 'Wat we doen is het vasthouden van de doos van Pandora, namelijk de cel' -- Dr. Peter Johnson, directeur van PTEI De Amerikaanse stad Pittsburgh probeert een centrum te worden van dit nieuwe gebied, dat een markt voorspeld wordt van 80 miljard dollar, als ze volgroeid is. Samen met lokale universiteiten richtte de stad Pittsburgh het Pittsburgh Tissue Engineering Initiative Inc. (PTEI) op. Dit heeft als doel ?de regionale economie te stimuleren door de vooruitgang en commercialisering van TE en daaraan gerelateerde technologie? (weefsel produktie en -manipulatie) . Om de industrie te trekken biedt PTEI wetenschappers advies over het patenteren van dit biologisch materiaal en helpt PTEI universiteiten bij het vermarkten van wetenschappelijk onderzoek op dit gebied, bijvoorbeeld als ze aan de industrie willen verkopen. Dr Peter Johnson, zelf plastisch chirurg en hoofd van PTEI, voorziet een toekomst waarin TE produkten routinematig worden ingeplant bij mensen die hun organen door ziekte zijn verloren of bij wie ze niet functioneren. Nieuwe organen nemen niet alleen de plaats in van de oude, maar zullen wellicht verbeterd zijn door genetische ingrepen (een lever die niet meer aangetast wordt door alcohol? BB). Johnson ziet zelfs mogelijkheden de huidkleur te reguleren met genetisch gemanipuleerde huid. Volgens hem is 'the sky the limit'. |
* De KEMO geeft zeer weinig opening van zaken. Het laatste jaarverslag is over 1991/1992. Verschillende adviezen van de KEMO bleven geheim. Democratische controle op ethische beslissingen is dus moeilijk.
Bronnen:
Onderzoek met Embryonale Stamcellen, Gezondheidsraad 1997/27. Prof. Dr. J.J. Sixma en Dr. W. J. Dondorp
Volkskrant 27, 28 en 29 november 1997
Rafi Communique, jan/febr 1997
BioNieuws 2, jaargang 8, 31-1-1998