Nieuws

Home

Zoek!

Biopolitiek Nieuwsbrief

[Biopolitiek] Volledig

10 Apr '08 - [Biopolitiek 100] Verandering
30 Dec '07 - [Biopolitiek 99] Bevolking: probleem of oplossing
14 Nov '07 - [Biopolitiek 98] Chinese geneeswijzen & beloning voor organen
03 Nov '07 - [Biopolitiek 97] Het etnisch lichaam voorbij
01 Okt '07 - [Biopolitiek 96] Technologie-gesprekken
07 Sep '07 - Leven maken

Teksten

Genomics
Nanotechnologie
Voortplantingstechnologie
Transplantatie
Biomateriaal
Bio-ethiek
Genetische verbeteringstechnologie
Euthanasie
'Over'bevolking
Biologisch determinisme
Mens & Machine
Marktwerking in de zorg
Bedrijven
Akties

Werkplaats Biopolitiek

Over Werkplaats Biopolitiek

Verder lezen

Kalender
BioBrief, oude uitgaven
Biotechnologie archief NoGen
Helix publicaties
Recensies
Links

Discussie

Mail ons
28 Dec '04 - Discussiepagina

Archieven

01 Jan - 31 Dec 2011
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994

Colofon

Werkplaats Biopolitiek
Burgtstraat 3
6701 DA Wageningen
tel.: 0317 - 423588
fax: 0317 - 450144
info(at)biopolitiek.nl

De inkomsten van de werkplaats bestaan voornamelijk uit giften. Wij kunnen uw steun erg goed gebruiken. Giften kunt u storten op:
giro: 1729278
van NoGen in Wageningen.

Aftrekbaar van de belasting zijn giften aan de stichting Diskussie over Biotechnologie (stg DOB), de rechtsvorm waar Werkplaats Biopolitiek onder valt. Het gironummer van stg DOB, eveneens in Wageningen, is 3087127.

Werkplaats Biopolitiek is een onderdeel van het Politiek Infocentrum Wageningen. Andere groepen die er werkzaam zijn zijn: het inheemse volkeren archief 'de Ekster en de Olifant', 'illegalen' ondersteuning en opvang 'Vluchtelingen Onder Dak', Biotechnologie archief NoGen en 'Werkgroep Xenotransplantatie Vraagstukken'.
Wilt u eens komen kijken, mail of bel even voor een afspraak.

Maillijst: nieuws(at)biopolitiek.nl

-->

20 Jul '07 - 1221 W, 1 I 'De Obesogene samenleving' verrijking van het debat

'Slankheid als beschavingsoffensief’, zo noemt Hub Zwart de strijd tegen obesitas. Het tekent de vaak originele invalshoek die het boek De obesogene samenleving van Hans Dagevos en Geert Munnichs biedt op de meestal slechts op calorieen en ‘gezondheid’ gerichte diskussie over overgewicht.

Hub Zwart, filosoof aan de Radboud Universiteit, zegt dat ‘dit dominante vertoog om een aantal redenen kwetsbaar is’. Hij merkt op dat de epidemiologische blik er wel erg op gericht is om de obesitas problematiek in kaart te brengen. Dat zwaarlijvigen nu ziek, obees, genoemd worden is volgens Zwart medicalisering. Hij denkt dan ook dat er wel eens meer aan de hand kan zijn een louter empirische vaststelling dat dikheid vaker voorkomt dan enkele decennia terug. “In de anti-obesitas campagne lijkt een morele boodschap te schuilen. Zo is het opvallend dat de campagne zich vooral richt op lagere sociale klassen en juist daar aanzet tot gedragsverandering: meer beweging, minder genot. Waarom niet een campagne tegen workaholisme? Ook ongezond, ook geconcentreerd in bepaalde lagen van de bevolking. Er lijkt sprake van bezorgdheid over kwantiteit en kwaliteit van het bestand aan 'human resources' dat men voor economische doeleinden kan mobiliseren – een bezorgdheid die karakteristiek is voor wat de Franse filosoof Michel Foucault in 1976 Biomacht noemt."


Zwart roept het 25 eeuwen oude beeldje de Venus van Willendorff in herinnering en zegt: “Zwaarlijvigheid was ooit, 'in den beginne' een algemeen ideaal. Het slankheidsideaal is historisch gezien een reactie daarop, een poging van de elite om zich te onderscheiden van de massa en van het verleden. Op die manier ontstond de associatie volksheid-zwaarlijvigheid, althans vanuit het perspectief van de (minder zwaarlijvige) avant-garde". Het is even wennen want het klinkt vreemd. Maar zegt Zwart,”Vanuit ons hedendaagse welvaartsperspectief, zijn we snel geneigd ons bij benamingen als 'volk' of 'proletariaat' vermagerde of noodlijdende lichamen voor te stellen, maar dit was veeleer een uitzonderingstoestand. Weliswaar maar al te vaak een historische realiteit maar toch primair een uitzondering", betoogt Zwart.

Een pikante stellingname van Zwart waar interessante consequenties uit volgen voor het huidige tijdsgewricht. Als de armen altijd al zwaarlijvig waren, valt het (stille) verwijt weg aan hedendaagse dikke armen dat ze 'niet echt arm' zijn, gezien hun lichaamsomvang. Dan immers, verdwijnt de onderbouwing van dat verwijt; de verwijzing naar 'vroeger toen de armen mager waren'. Zwarts onderbouwing met schrijvers van rond 1600 en historische archieven roept vragen op. Konden de landarbeiders met zware lichamen vroeger werken? Zien de Indiase armen er meestal niet eerder mager dan obees uit? Of kan ik maar geen afscheid nemen van mijn voorstelling van het 'proletariaat' als vermagerde of noodlijdende lichamen? Vast staat dat Zwarts benadering intrigeert en een genuanceerde aanpak van en beeldvorming over de 'epidemie overgewicht' bepleit.

Elitair slowfood

Overgewicht en overvloed lijken bij elkaar te horen. De zeventiende eeuwse arts-filosoof Bernard Mandeville zag dat overvloed leidt tot onbehagen dat op zijn beurt leidt tot het najagen van meer overvloed. Wat hem fascineerde, schrijven ethicus Pieter Pekelharing & socioloog Alkeline van Lenning, ”was het averechtse effect van de kritiek. Met een bijna sardonisch genoegen stelde hij vast dat – in een gecommercialiseerde samenleving - al dat gemor over mateloze consumptie onstuitbaar in de richting van meer consumptie leidde. In plaats van inkomen in te leveren zullen rijke mensen hun geld liever besteden aan een 'ascetische levensstijl.” De slowfood beweging zou hiervan een moderne verschijningsvorm zijn. ”Zich afficherend als verzet tegen de consumptiecultuur zou, Mandeville volgend, ook slowfood een typische exponent van die cultuur zijn. Kritiek is namelijk chic: het onderscheid je van de massa. Net zolang tot de massa die kritiek overneemt en er weer een nieuwe trend opkomt”.

Mandeville herdefinieerde morele problemen in sociaal-economische. Als we een ding van hem kunnen leren, zeggen Pekelharing en Van Lenning, is het dat je met een oppervlakkige kritiek op de consumptiecultuur het paard achter de wagen spant: het leidt immers tot meer consumptie.

In De obesogene samenleving staan ook meer bekende benaderingen van dik worden.
De veranderde gezinscultuur met minder tijd, toezicht en beweging zou een factor kunnen zijn, hoewel schrijver van die bijdrage, gezinssocioloog Kees de Hoog, pleit voor onderzoek bij de meerderheid van gezinnen waar geen overgewicht voorkomt. Kinderen zouden weerbaar gemaakt moeten worden tegen reclame-verleidingen, betoogt Moniek Buijzen. Han Kemper verbaast zich over de geringe aandacht voor de bewegingsarme omgeving. Hij vindt dat de overheid erop moet aandringen dat stimulering van lichaamsbeweging een centraal aandachtspunt vormt binnen de stedenbouw en de inrichting van de openbare ruimte.

Autonome consument?

Meer aandacht voor het aandeel van bewegingsarmoede is goed, vinden (filosoof-)bedrijfskundigen Ronald Jeurissen en Alberic Pater. Het energie gebruik van het lichaam is afgenomen door verregaande automatisering en mechanisering. “Maar door bewegingsarmoede te benadrukken, kan - bedoeld of onbedoeld - de verantwoordelijkheid van de voedingsindustrie naar de achtergrond worden gedrukt.”

Jeurissen en Pater halen flink uit naar de industrie en stellen fundamentele vragen. Ze noemen de autonome consument 'een mythe'. “Het is een ideaal dat bedrijven graag als argument hanteren. Omdat ons vrije marktdenken erop is gebaseerd wordt het vaak voor waar aangenomen. Een belangrijke vraag is of de consument voldoende autonoom kan blijven onder de druk die bedrijven en reclame op hem uitoefenen." Dit geldt zeker voor de zogenoemde 'marktanalfabeten'.

Light-producten zijn meer een marketing instrument dan een daadwerkelijke bijdrage aan de strijd tegen overgewicht. “De groep waar overgewicht het meest voorkomt is voor de producenten van lightproducten simpelweg niet winstgevend”. Jeurissen en Pater hebben weinig vertrouwen in codes voor reclame. “Het is onwaarschijnlijk dat de reclamecode een einde maakt aan de toepassing van marketingtechnieken om consumenten meer te laten eten.”

De voedingsindustrie neemt deel aan een tandeloos Convenant Overgewicht en de invulling van het Maatschappelijk verantwoord Ondernemen (MVO) mag volgens Jeurissen en Pater ook geen naam hebben. “Je kunt deze inzet wel als MVO verkopen – en het legt de betrokken ondernemers geen windeieren - maar als wapen in de strijd tegen overgewicht komt het toch vooral neer op gerommel in de marge. Om substantieel bij te dragen aan het terugdringen van overgewicht zal de industrie verregaande maatregel moeten nemen.”

De overheid moet haar regisseursrol opnemen stellen de bedrijfskundigen, want “het is naief te verwachten dat substantiele oplossingen van het overgewichtprobleem zullen samenvallen met de zakelijke baten van de betrokken ondernemingen”. Exit zelfregulering. Desondanks lijkt MVO springlevend. “Dit wordt gevoed door de voor bedrijven buitengewoon comfortabele opvatting dat het bedrijfsleven geen maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft als dat niet ook geld oplevert. Wie heeft het bedrijfsleven ooit deze ongehoorde vrijbrief gegeven?”, vragen Jeurissen en Pater zich vertwijfeld af.


aanrader
De aanhoudende stroom berichten rond overgewicht geeft weinig weer van de interessante visies in De obesogene samenleving. Dat afslankmiddel Avandia de kans verhoogt op een hartaanval, verzekeraars een hogere premie bij 'ongezond-gedrag' willen of het zoveelste bericht van de commissie Rosenmuller, het is allemaal slaapverwekkend zonder maatschappelijk-filosofische duiding, zoals in dit boek gebeurt. Hans Dagevos en Geert Munnichs hebben, zoals de achterflap dit keer terecht meldt 'een vernieuwende bijdrage' geleverd, 'een aanrader'.

Jeroen Breekveldt

Deel 2 van het boek, waarin voorbeelden van interventies worden besproken, is vooralsnog buiten beschouwing gelaten

De obesogene samenleving – Maatschappelijke perspectieven op overgewicht, Hans Dagevos en Geert Munnichs, Amsterdam University Press, 2007

ISBN 978 90 5356 981 8