Genomics
Nanotechnologie
Voortplantingstechnologie
Transplantatie
Biomateriaal
Bio-ethiek
Genetische verbeteringstechnologie
Euthanasie
'Over'bevolking
Biologisch determinisme
Mens & Machine
Marktwerking in de zorg
Bedrijven
Akties
Kalender
BioBrief, oude uitgaven
Biotechnologie archief NoGen
Helix publicaties
Recensies
Links
01 Jan - 31 Dec 2011
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994
Werkplaats Biopolitiek
Burgtstraat 3
6701 DA Wageningen
tel.: 0317 - 423588
fax: 0317 - 450144
info(at)biopolitiek.nl
De inkomsten van de werkplaats bestaan voornamelijk uit giften. Wij kunnen uw steun erg goed gebruiken. Giften kunt u storten op:
giro: 1729278
van NoGen in Wageningen.
Aftrekbaar van de belasting zijn giften aan de stichting Diskussie over Biotechnologie (stg DOB), de rechtsvorm waar Werkplaats Biopolitiek onder valt. Het gironummer van stg DOB, eveneens in Wageningen, is 3087127.
Werkplaats Biopolitiek is een onderdeel van het Politiek Infocentrum Wageningen. Andere groepen die er werkzaam zijn zijn: het inheemse volkeren archief 'de Ekster en de Olifant', 'illegalen' ondersteuning en opvang 'Vluchtelingen Onder Dak', Biotechnologie archief NoGen en 'Werkgroep Xenotransplantatie Vraagstukken'.
Wilt u eens komen kijken, mail of bel even voor een afspraak.
Maillijst: nieuws(at)biopolitiek.nl
'Slankheid als beschavingsoffensief’, zo noemt Hub Zwart de strijd
tegen obesitas. Het tekent de vaak originele invalshoek die het boek De
obesogene samenleving van Hans Dagevos en Geert Munnichs biedt op de
meestal slechts op calorieen en ‘gezondheid’ gerichte diskussie over
overgewicht.
Hub Zwart, filosoof aan de Radboud Universiteit, zegt dat ‘dit dominante vertoog om een aantal redenen kwetsbaar is’. Hij merkt op dat de epidemiologische blik er wel erg op gericht is om de obesitas problematiek in kaart te brengen. Dat zwaarlijvigen nu ziek, obees, genoemd worden is volgens Zwart medicalisering. Hij denkt dan ook dat er wel eens meer aan de hand kan zijn een louter empirische vaststelling dat dikheid vaker voorkomt dan enkele decennia terug. “In de anti-obesitas campagne lijkt een morele boodschap te schuilen. Zo is het opvallend dat de campagne zich vooral richt op lagere sociale klassen en juist daar aanzet tot gedragsverandering: meer beweging, minder genot. Waarom niet een campagne tegen workaholisme? Ook ongezond, ook geconcentreerd in bepaalde lagen van de bevolking. Er lijkt sprake van bezorgdheid over kwantiteit en kwaliteit van het bestand aan 'human resources' dat men voor economische doeleinden kan mobiliseren – een bezorgdheid die karakteristiek is voor wat de Franse filosoof Michel Foucault in 1976 Biomacht noemt."
Zwart roept het 25 eeuwen oude beeldje de Venus van Willendorff in
herinnering en zegt: “Zwaarlijvigheid was ooit, 'in den beginne' een
algemeen ideaal. Het slankheidsideaal is historisch gezien een reactie
daarop, een poging van de elite om zich te onderscheiden van de massa
en van het verleden. Op die manier ontstond de associatie
volksheid-zwaarlijvigheid, althans vanuit het perspectief van de
(minder zwaarlijvige) avant-garde". Het is even wennen want het klinkt vreemd. Maar zegt
Zwart,”Vanuit ons hedendaagse welvaartsperspectief, zijn we snel
geneigd ons bij benamingen als 'volk' of 'proletariaat' vermagerde of
noodlijdende lichamen voor te stellen, maar dit was veeleer een
uitzonderingstoestand. Weliswaar maar al te vaak een historische
realiteit maar toch primair een uitzondering", betoogt Zwart.
Een pikante stellingname van Zwart waar interessante consequenties uit
volgen voor het huidige tijdsgewricht. Als de armen altijd al
zwaarlijvig waren, valt het (stille) verwijt weg aan hedendaagse dikke
armen dat ze 'niet echt arm' zijn, gezien hun lichaamsomvang. Dan
immers, verdwijnt de onderbouwing van dat verwijt; de verwijzing naar
'vroeger toen de armen mager waren'. Zwarts onderbouwing met schrijvers
van rond 1600 en historische archieven roept vragen op. Konden de
landarbeiders met zware lichamen vroeger werken? Zien de Indiase armen
er meestal niet eerder mager dan obees uit? Of kan ik maar geen
afscheid nemen van mijn voorstelling van het 'proletariaat' als
vermagerde of noodlijdende lichamen? Vast staat dat Zwarts benadering
intrigeert en een genuanceerde aanpak van en beeldvorming over de
'epidemie overgewicht' bepleit.
Elitair slowfood
Overgewicht en overvloed lijken bij elkaar te horen. De zeventiende
eeuwse arts-filosoof Bernard Mandeville zag dat overvloed leidt tot
onbehagen dat op zijn beurt leidt tot het najagen van meer overvloed.
Wat hem fascineerde, schrijven ethicus Pieter Pekelharing &
socioloog Alkeline van Lenning, ”was het averechtse effect van de
kritiek. Met een bijna sardonisch genoegen stelde hij vast dat – in een
gecommercialiseerde samenleving - al dat gemor over mateloze consumptie
onstuitbaar in de richting van meer consumptie leidde. In plaats van
inkomen in te leveren zullen rijke mensen hun geld liever besteden aan
een 'ascetische levensstijl.” De slowfood beweging zou hiervan een
moderne verschijningsvorm zijn. ”Zich afficherend als verzet tegen de
consumptiecultuur zou, Mandeville volgend, ook slowfood een typische
exponent van die cultuur zijn. Kritiek is namelijk chic: het
onderscheid je van de massa. Net zolang tot de massa die kritiek
overneemt en er weer een nieuwe trend opkomt”.
Mandeville herdefinieerde morele problemen in sociaal-economische. Als
we een ding van hem kunnen leren, zeggen Pekelharing en Van Lenning, is
het dat je met een oppervlakkige kritiek op de consumptiecultuur het
paard achter de wagen spant: het leidt immers tot meer consumptie.
In De obesogene samenleving staan ook meer bekende benaderingen van dik worden.
De veranderde gezinscultuur met minder tijd, toezicht en beweging zou
een factor kunnen zijn, hoewel schrijver van die bijdrage,
gezinssocioloog Kees de Hoog, pleit voor onderzoek bij de meerderheid
van gezinnen waar geen overgewicht voorkomt. Kinderen zouden weerbaar
gemaakt moeten worden tegen reclame-verleidingen, betoogt Moniek
Buijzen. Han Kemper verbaast zich over de geringe aandacht voor de
bewegingsarme omgeving. Hij vindt dat de overheid erop moet aandringen
dat stimulering van lichaamsbeweging een centraal aandachtspunt vormt
binnen de stedenbouw en de inrichting van de openbare ruimte.
Autonome consument?
Meer aandacht voor het aandeel van bewegingsarmoede is goed, vinden
(filosoof-)bedrijfskundigen Ronald Jeurissen en Alberic Pater. Het
energie gebruik van het lichaam is afgenomen door verregaande
automatisering en mechanisering. “Maar door bewegingsarmoede te
benadrukken, kan - bedoeld of onbedoeld - de verantwoordelijkheid van
de voedingsindustrie naar de achtergrond worden gedrukt.”
Jeurissen en Pater halen flink uit naar de industrie en stellen
fundamentele vragen. Ze noemen de autonome consument 'een mythe'. “Het
is een ideaal dat bedrijven graag als argument hanteren. Omdat ons
vrije marktdenken erop is gebaseerd wordt het vaak voor waar
aangenomen. Een belangrijke vraag is of de consument voldoende autonoom
kan blijven onder de druk die bedrijven en reclame op hem uitoefenen."
Dit geldt zeker voor de zogenoemde 'marktanalfabeten'.
Light-producten zijn meer een marketing instrument dan een
daadwerkelijke bijdrage aan de strijd tegen overgewicht. “De groep waar
overgewicht het meest voorkomt is voor de producenten van
lightproducten simpelweg niet winstgevend”. Jeurissen en Pater hebben
weinig vertrouwen in codes voor reclame. “Het is onwaarschijnlijk dat
de reclamecode een einde maakt aan de toepassing van
marketingtechnieken om consumenten meer te laten eten.”
De voedingsindustrie neemt deel aan een tandeloos Convenant Overgewicht
en de invulling van het Maatschappelijk verantwoord Ondernemen (MVO)
mag volgens Jeurissen en Pater ook geen naam hebben. “Je kunt deze
inzet wel als MVO verkopen – en het legt de betrokken ondernemers geen
windeieren - maar als wapen in de strijd tegen overgewicht komt het
toch vooral neer op gerommel in de marge. Om substantieel bij te dragen
aan het terugdringen van overgewicht zal de industrie verregaande
maatregel moeten nemen.”
De overheid moet haar regisseursrol opnemen stellen de
bedrijfskundigen, want “het is naief te verwachten dat substantiele
oplossingen van het overgewichtprobleem zullen samenvallen met de
zakelijke baten van de betrokken ondernemingen”. Exit zelfregulering.
Desondanks lijkt MVO springlevend. “Dit wordt gevoed door de voor
bedrijven buitengewoon comfortabele opvatting dat het bedrijfsleven
geen maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft als dat niet ook geld
oplevert. Wie heeft het bedrijfsleven ooit deze ongehoorde vrijbrief
gegeven?”, vragen Jeurissen en Pater zich vertwijfeld af.
aanrader
De aanhoudende stroom berichten rond overgewicht geeft weinig weer van
de interessante visies in De obesogene samenleving. Dat afslankmiddel
Avandia de kans verhoogt op een hartaanval, verzekeraars een hogere
premie bij 'ongezond-gedrag' willen of het zoveelste bericht van de
commissie Rosenmuller, het is allemaal slaapverwekkend zonder
maatschappelijk-filosofische duiding, zoals in dit boek gebeurt. Hans
Dagevos en Geert Munnichs hebben, zoals de achterflap dit keer terecht
meldt 'een vernieuwende bijdrage' geleverd, 'een aanrader'.
Jeroen Breekveldt
Deel 2 van het boek, waarin voorbeelden van interventies worden besproken, is vooralsnog buiten beschouwing gelaten
De obesogene samenleving – Maatschappelijke perspectieven op overgewicht, Hans Dagevos en Geert Munnichs, Amsterdam University Press, 2007
ISBN 978 90 5356 981 8