Nieuws

Home

Search!

Biopolitiek Nieuwsbrief

[Biopolitiek] Volledig

Teksten

Genomics
Nanotechnologie
Voortplantingstechnologie
Transplantatie
Biomateriaal
Bio-ethiek
Genetische verbeteringstechnologie
Euthanasie
'Over'bevolking
Biologisch determinisme
Mens & Machine
Marktwerking in de zorg
Bedrijven
Akties

Werkplaats Biopolitiek

Over Werkplaats Biopolitiek

Verder lezen

Kalender
BioBrief, oude uitgaven
Biotechnologie archief NoGen
Helix publicaties
Recensies
Links

Discussie

Mail ons

Archives

01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003

Colofon

Werkplaats Biopolitiek
Burgtstraat 3
6701 DA Wageningen
tel.: 0317 - 423588
fax: 0317 - 450144
info(at)biopolitiek.nl

De inkomsten van de werkplaats bestaan voornamelijk uit giften. Wij kunnen uw steun erg goed gebruiken. Giften kunt u storten op:
giro: 1729278
van NoGen in Wageningen.

Aftrekbaar van de belasting zijn giften aan de stichting Diskussie over Biotechnologie (stg DOB), de rechtsvorm waar Werkplaats Biopolitiek onder valt. Het gironummer van stg DOB, eveneens in Wageningen, is 3087127.

Werkplaats Biopolitiek is een onderdeel van het Politiek Infocentrum Wageningen. Andere groepen die er werkzaam zijn zijn: het inheemse volkeren archief 'de Ekster en de Olifant', 'illegalen' ondersteuning en opvang 'Vluchtelingen Onder Dak', Biotechnologie archief NoGen en 'Werkgroep Xenotransplantatie Vraagstukken'.
Wilt u eens komen kijken, mail of bel even voor een afspraak.

Maillijst: nieuws(at)biopolitiek.nl

02 Feb '07 - 2848 W, 1 I [Biopolitiek 83] Weefselplantages & Robot Zoo

NIEUWS

1. Intro

2. Robot Zoo

3. Weefselplantages

4. Abonneren op deze mailinglijst?


--------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1. Intro:

Robots helpen mensen(lichamen). Althans, dat kunnen ze, afhankelijk van hoe de maker ze programmeert. Robots, afgeleid van het Tsjechische woord voor werken, werken voor mensen, maar kunnen we ook van ze houden? Een gezelschapsrobot als het 'hondje' Aibo produceert niets in de traditionele zin, maar mensen houden er meer van dan van een robot die mooie Toyota`s maakt. Kennelijk kunnen we houden van robots die lijken op gezelschapsdieren (en -mensen?), ook al is een robotje samengesteld uit draden, printplaatjes en een plastic omhulsel.


Mensen zijn zelf ook een assemblage geworden van lichaamsdelen die worden uitgewisseld, gedoneerd of verhandeld. Het menselijk lichaam is binnen de opkomende biotechnologische industrie biologisch kapitaal geworden. Deze ontwikkeling heeft nieuwe vragen opgeworpen binnen de bio-ethiek, het recht en het feminisme, bijvoorbeeld over de status van het lichaam en over het eigendom van het lichaam en onderdelen ervan. Met name vrouwen helpen mensenlichamen. Met delen van hun eigen lichaam en soms gaat dat zo ver dat gesproken wordt over weefselplantages, analoog aan de koloniale plantages. Voortplantings technologieën (zoals bijvoorbeeld IVF) maken van het vrouwelijk lichaam een 'productief' lichaam met verhandelbare lichaamsdelen.

 

2. Robot Zoo


Het Haagse Museon opende 1 februari haar nieuwe tentoonstelling Robot Zoo. Met zuigers, scharnieren, draaiende assen en kleurrijke kunststof zijn vier metersgrote robots gebouwd: een sprinkhaan, een vogelbekdier, een soort dinosaurus en een vlieg. De inspiratie voor deze robots komt van het jaren zestig boek 'the Robot Zoo', een mechanische gids over hoe dieren werken. Werkplaats Biopolitiek werd gevraagd een presentatie te verzorgen tijdens de opening, en met een druk op een grote rode knop de tentoonstelling te openen.


Voor de opening kreeg ik de gelegenheid om de tentoonstelling even te bekijken en kennis te maken met de makers. De robots waren voor mij een vreemde gewaarwording. De enorme 'dieren' waren duidelijk opgebouwd uit allerlei mechanische onderdelen. Maar je kon ook meteen zien dat deze 'robots' nooit zouden kunnen werken. Werken in de zin dat ze het gedrag zouden kunnen vertonen van de echte dieren van vlees en bloed. Misschien heeft het te maken met een stereotyp beeld dat ik van robots heb, dat ik een bepaalde werking verwacht. Zoals bijvoorbeeld het robot hondje Aibo werkelijk kan rondlopen, reageren op geluiden en bewegingen en 'emoties' kan tonen. Aan de andere kant, de robots in de Zoo hebben wel een duidelijke functie, namelijk kinderen iets te leren over bewegen.


De biomechanica werd onder handen genomen door de conservator van de tentoonstelling. Zij illustreerde met prachtige filmpjes van het dierenrijk een aantal verschillende vormen van bewegen. Deze presentatie was bedoeld om aan te geven dat de tentoonstelling ook een stuk kennis over probeert te dragen aan kinderen, kennis over hoe dieren bewegen. We zagen dolfijnen zwemmen, giraffen galoperen, vleermuizen vliegen, kikkers springen, en zelfs ook een mens lopen.

Deze beelden waren eigenlijk veel realistischer en sprekender dan wat een robot kan uitbeelden. Een man die na afloop naar me toe stapte vertrouwde mij toe: 'Het bewegen van mensen en dieren werkt helemaal niet als zuigers en scharnieren.' Hij vond het jammer dat er door de robots eigenlijk een niet kloppend beeld wordt gegeven van hoe beweging werkt.


ouderen

Vervolgens hield Herman van Wietmarschen van Werkplaats Biopolitiek een presentatie over robots. Met voorbeelden als de Aibo en de iCat probeerde hij een indruk te geven van hoe mensen over robots na kunnen denken. Zo hebben wetenschappers onderzocht of robots iets kunnen betekenen voor eenzame ouderen (1). Zowel de Aibo als de iCat bleken depressies te verminderen, ouderen actiever te maken en een maatje te worden voor de ouderen. Mensen blijken zich te kunnen hechten aan robots. Echter de neiging om robots in te zetten als oplossing voor een sociaal probleem is wellicht vreemd. We zouden immers ook een keertje vaker op bezoek kunnen gaan, of vaker een gezellige avond organiseren in een buurthuis.


De opening werd afgesloten met een stuk improvisatie toneel van Mar & Co. Een professor, natuurlijk in witte jas, was radeloos, hij moest nog een robot maken maar had geen inspiratie meer. Twee assistentes hielpen hem met kinderen uit de zaal onderdelen te verzamelen voor de robot. Uiteindelijk begreep de professor dat hij zich moest opofferen voor de robot, hij zou onderdeel van de nieuwe robot worden. De nieuwe robot werd tot leven gewekt met een druk op een grote rode knop. De tentoonstelling was geopend.


Het is zeker leuk een keertje te gaan kijken bij het Museon in Den Haag. Een combinatie van spektakulaire robots met bewegende delen die kinderen zelf kunnen besturen, en borden met meer informatie, maken de tentoonstelling een interactief leerzaam geheel.


Herman van Wietmarschen


www.museon.nl


  1. Wietmarschen 2006, Herman van: 'Robots tegen de vergrijzing', 17 maart 2006, http://www.biopolitiek.nl/pivot/entry.php?id=331#body

 

 


-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

3. Weefselplantages


Mensen zijn een assemblage geworden van lichaamsdelen die worden uitgewisseld, gedoneerd of verhandeld. Deze ontwikkeling heeft nieuwe vragen opgeworpen binnen de bio-ethiek, het recht en het feminisme, bijvoorbeeld over de status van het lichaam en over het eigendom van het lichaam en onderdelen ervan.


open lichaam

Jyotsna Gupta en Annemiek Richters * onderzochten in hun artikel 'belichaamde subjecten en gefragmenteerde objecten' in het Tijdschrift voor Humanistiek van juli 2006 met name hoe reproductieve technologieën (zoals bijvoorbeeld IVF) van het vrouwelijk lichaam een 'productief' lichaam met verhandelbare lichaamsdelen maken. Door de groei van de neo-liberale globalisering ontstaat een wisselwerking met lokale ideeën over het lichaam en de (eigen) identiteit in een gegeven samenleving.

De grenzen van het lichaam zijn door bio-technologieën opgerekt: men kijkt, snijdt en oogst onder de huid en de grenzen van biologische leeftijd worden opgerekt door implantatie van nieuwe 'onderdelen'. Het resultaat is, zo schrijven Gupta en Richters, het open, flexibele en grenzeloze lichaam. We kunnen zoveel onderdelen krijgen als wij nodig hebben, maar worden ook geacht zoveel onderdelen te geven als we kunnen missen.


Biologisch kapitaal

De lichaamsgoederen worden 'bevrijd' van een directe relatie tussen producenten en consumenten; ze worden gekocht en verkocht en kunnen vervolgens in steeds grotere, zelfs wereldwijde, netwerken circuleren. Het menselijk lichaam is binnen de opkomende biotechnologische industrie biologisch kapitaal geworden (dit proces noemen we commodificering). Dat kapitaal wordt weggezet bij bio-(technologische) banken (bijvoorbeeld bloedbanken, spermabanken, embryobanken, genenbanken, weefselbanken), waarvan het publiek het kan opnemen.

Dit leidt tot nieuwe sociale verbanden en contracten, tot nieuwe concepties van rechtvaardigheid en ethiek. Discussies over commodificatie gaan gewoonlijk over eigendomsrechten en het beheer over het eigen lichaam. Het eigendomsrecht op het eigen lichaam verwijst naar twee aspecten: anderen kunnen zich geen delen van mijn lichaam toe-eigenen zonder mijn toestemming, maar ik heb ook het recht om mijn hele lichaam of delen ervan te verkopen. Een andere visie is dat ik helemaal geen eigendomsrechten op mijn lichaam heb en dat het daarmee ook niet verhandelbaar wordt. Of het daarmee 'gemeenschappelijk bezit is waarop anderen aanspraak kunnen maken', zoals Gupta en Richters schrijven, is de vraag.


Verschillende soorten transacties

Een ander moeilijk probleem stellen de auteurs aan de orde. Hoe zijn nauwkeurige scheidslijnen aan te brengen tussen de verschillende soorten transacties: donatie van lichaamsdelen uit altruïsme en handel ermee. In de VS is dit onderscheid al moeilijk, laat staan in landen waar nauwelijks seculiere wetten en ethische inzichten over reproductieve technologieën zijn geformuleerd of toegepast. Gupta deed post-doctoraal onderzoek 'Body parts, property and gender' met name in zuidelijke landen als India.

Een strikte scheiding tussen geschenken en handel is eigenlijk niet te maken. Ze sluiten elkaar niet uit omdat ze vaak bepaalde vormen van berekening, strategie en motivatie met elkaar gemeen hebben.

In de Indiase samenleving waar vrouwen van oudsher worden gesocialiseerd tot zelfopoffering en het eindeloos tevreden stellen van anderen, lijkt het 'schenken' hen 'natuurlijk' af te gaan. Maar er is ook sprake van een bepaalde (morele) druk op vrouwelijke familieleden om zich als vrijwillige donor aan te bieden, of het nu voor nieren of voor eicellen is. De meeste eiceldonoren in India zijn verwanten van de ontvanger. Donoren versterken hun positie in de familie door hun schoonzussen - waarmee ze vaak een gespannen band hebben – eicellen te doneren. Ook commerciële eiceltransacties in westerse landen worden nog steeds meestal 'donatie' genoemd.


Baas in eigen buik

Het internet heeft enorm aan de transnationale handel in lichaamsdelen bijgedragen. Sinds nog maar in een paar landen anoniem sperma 'gedoneerd' kan worden neemt in die landen, zoals Denemarken, het aantal sperma-verzendhuizen sterk toe. Via het internet ontstaat wereldwijd contact met aanbieders en afnemers. De snelstgroeiende clièntele in het westen zijn lesbische en alleenstaande vrouwen die hebben gekozen voor een anonieme donor omdat bekende spermadonoren vaak inspraak eisen in de opvoeding van het kind. Gupta en Richters vragen zich af wat de vele voorbeelden die ze noemen van handel in reproductieve lichaamsdelen betekenen voor het feministische ideaal van zelfbeschikking over het eigen lichaam, dat oorspronkelijk toch een heel andere connotatie had.

In de jaren zeventig, tijdens de tweede feministische golf, probeerden vrouwen door hun eis van zelfbeschikking rond hun voortplanting de controle te heroveren over hun eigen lichaam en levens, die hen eeuwenlang was ontzegd door echtgenoten, artsen, of de staat. Met de leus 'Baas in eigen buik' werd het recht op abortus en eerder op anti-conceptiemiddelen bevochten door de Nederlandse vrouwenbeweging. Sinds de jaren 80 maakte het liberale feminisme het eigendomsrecht ten aanzien van hun eigen lichaam echter het hoofddoel van de vrouwenemancipatiebeweging.


Wel doneren, niet verkopen?

De Amerikaanse L. Andrews verbreedde het concept van de 'eigen keuze' van de vrouw tot het recht van het individu om zwanger te worden door middel van IVF of wat voor procedure dan ook. Haar 'reproductieve autonomie' omvat niet alleen de optie om gebruik te maken van technieken als het invriezen van sperma, eicellen of embryo`s, maar ook de mogelijkheid om lichaamsdelen te verkopen aan een derde partij. Andrews bekritiseerde de Amerikaanse wetspraktijk die mensen wel toestond om hun lichaamsdelen te doneren, maar niet om ze te verkopen, terwijl wetenschappers en artsen die met lichaamsdelen en -materiaal experimenteren dit gewoonlijk gratis van hun patiënten krijgen, om vervolgens veel geld te verdienen met het product van hun experimenten. Door het menselijk lichaam als bezit te definiëren zou de eigenaar van het bezit het misbruik van deze lichaamsdelen niet alleen wettelijk kunnen voorkomen, maar ook een aandeel kunnen opeisen in de winst die wordt gemaakt als deze onderdelen worden ontwikkeld tot verkoopbare goederen.

Dit betoog over het bezitten en beheren van het eigen lichaam is niet alleen buiten maar ook binnen de vrouwenbeweging ter discussie gesteld. Radicale feministen associeerden zulke taal met patriarchale en commerciële praktijken die het lichaam van vrouwen objectiveren en als koopwaar behandelen. De verbintenis tussen het Westers kapitaal en het patriarchale project van wetenschap en technologie heeft alles, de mens incluis, gereduceerd tot een toe te eigenen hulpbron, schrijft de Duitse Maria Mies in haar kritiek op Andrews.


India

In de Indiase culturele context wordt het lichaam van de vrouw eerder als een gedeelde hulpbron gezien dan als particulier eigendom. Het in staat zijn een kind te baren vergroot voor een vrouw haar status in de familie en wanneer dit niet lukt wordt ze kwetsbaar voor geweld en verlies van een dak boven haar hoofd. Dit verklaart het gemak waarmee Indiase vrouwen Westerse biomedische praktijken hebben overgenomen om vorm te geven aan hun traditionele, cultureel bepaalde genderidentiteit als voornamelijk moeders of als moeders van zonen (door middel van sekse-selectieve abortus). De enorme familiale en sociale druk waaraan deze vrouwen blootstaan is door de beschikbaarheid van reproductieve technologieën alleen maar toegenomen.

In India vormen familieverplichtingen en armoede de twee hoofdmotieven om tot het verhandelen van lichaamsdelen over te gaan. Niets illustreert dit beter dan het recente geval van een 22 jarige wees die door de eigenaar van het weeshuis onder de dekmantel van een 'huwelijk' werd verkocht aan een achtenveertigjarige boer en koopman, om draagmoeder te worden voor hem en zijn kinderloze vrouw.


Lichaam als machine

Gupta en Richters bespreken verschillende opvattingen over het zelf en het lichaam, zoals: We hebben geen lichaam, we zijn ons lichaam. Het vrouwenlichaam wordt binnen de bio-geneeskunde benaderd als een fabriek, waarbinnen vrouwen als arbeidsters onder toezicht staan van medici-managers. In dit fabrieksmodel van de voortplanting is het de arts, niet de 'vrouw in het lichaam', die de baas is. Vrouwen staan onder deze supervisie als producenten van eicellen – het ruwe materiaal voor embryonaal (stamcel)onderzoek – en van kinderen (Martin, 1987). Ze leveren hun lichaam totaal over aan de technologie en de reproductieve wetenschappers. Sommigen zeggen zelfs dat ze het gevoel hebben dat hun lichaam aan iemand anders toebehoort. In het geval van draagmoederschap nemen het stel dat de vrouw contracteert en de vruchtbaarheidsexperts tijdelijk bezit van het lichaam van de vrouw.

Bijzonder opmerkelijk aan de uitwisseling van en handel in reproductieve lichaamsdelen is het gegeven, dat culturele ideeën over het lichaam als een tempel of op z’n minst als een holistische eenheid uitgehold zijn geraakt. Dit is gebeurd ten gunste van de universele codificatie van het lichaam als een machine met vervangbare onderdelen. We zijn momenteel getuige van de vervanging van de culturele markering van het lichaam als een tempel van het menselijk leven door nieuwe markeringenvan delen van het lichaam als objecten; objecten die kunnen worden geoogst ten behoeve van een verlenging van het leven en ten behoeve van schepping van nieuw leven. Dit laatste gebeurt bij de technologisch tot stand gebrachte voortplanting via de 'moedermachine', een beeld dat wordt gebruikt door Gena Corea (1985).


Dromen van onsterfelijkheid

De reproductieve technologie heeft een nieuw type vervreemding van ons lichaam ge-ïntroduceerd, waarin tegelijkertijd ook een nieuw soort van eigendomsrecht is ingecalculeerd.

Er zijn uiteraard wetten die barrières opwerpen voor mondiale markten waar in lichaamsdelen wordt gehandeld, maar deze zijn vaak zwak gebleken, mede door de grenzeloosheid van het internet en het moderne reisgemak waarmee zowel massa`s ideeën als massa`s personen de grenzen oversteken. De (ongereguleerde) handel in lichaamsdelen werpt vragen op over zowel het eigendomsrecht aangaande lichaamsdelen als de betwisting daarvan, die een gelijkenis vertonen met de handel in mensenlichamen gedurende eerdere vormen van slavernij. De verbeeldingswereld van de slavernij is uitgedijd van de arbeidskracht naar andere nuttige rollen van het menselijk lichaam. Deze gelijkenis ligt besloten in de productiesystemen, ondanks de veranderde ideologische structuren. In kapitalistische productiesystemen wordt de goedkope arbeid van bepaalde groepen vrouwen uitgebuit om voor de wereldmarkt te produceren; in de ge-ïndustrialiseerde reproductie wordt het voortplantingsvermogen van bepaalde groepen vrouwen uitgebuit om voor de mondiale markt te produceren. Vrouwen worden nu gezien als lichamelijke plantages en levende weefsel- en cellenbanken, zowel door anderen als soms door henzelf. Dat ze worden gereduceerd tot leverancier van hulpbronnen doet de menselijke waardigheid geweld aan. We moeten een kritisch onderzoek instellen naar deze bio-geneeskunde, die ons dromen van onsterfelijkheid aanbiedt en ons een relatie tot ons lichaam opdringt die is gebaseerd op de invordering van lichaamsdelen van anderen.


Jeroen Breekveldt

bewerkte het artikel van Jyotsna Agnihotri Gupta en Annemiek Richters dat verscheen in het Tijdschrift voor Humanistiek nr 26, 7e jaargang , juli 2006 onder de titel: 'belichaamde subjecten en gefragmenteerde objecten'.


* Dr. Jyotsna Gupta is docent Gender en diversiteit aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht. Daarnaast is ze als post-doc onderzoeker verbonden aan het International Institute for Asian Studies., Universiteit Leiden

* Prof. Dr Annemiek Richters is hoogleraar Cultuur, gezondheid en ziekte verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum.


Literatuur:

Andrews, L. & D. Nelkin (1998), 'Whose body is it anyway? Disputes over body tissues in a biotechnology age', in: Lancet 351, p. 53-57

Corea, G. (1985), The Mothermachine: reproductive technologies from artificial insemination to artificial wombs, Harper & Row, New York

Martin, E (1987) the woman in the body. A cultural analysis of reproduction, Beacon Press, Boston

Mies, M. (1988) 'From the individual to the dividual': In the supermarkt of “ reproductive alternatives”, in: Reproductive and Genetic Engineering 1 (3), p. 225-37

 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

4. Abonneren op deze mailinglijst?

U kunt zich kosteloos abonneren op deze lijst door een mailtje te sturen naar nieuws(at)biopolitiek.nl. We zullen ongeveer een maal per twee weken een mailtje versturen met meestal twee artikelen. Het verspreiden van informatie op deze lijst is voorlopig voorbehouden aan Werkplaats Biopolitiek. We zijn altijd geinteresseerd in reacties, deze kunnen gestuurd worden naar nieuws(at)biopolitiek.nl. Bovendien ontvangen we voor de nieuwslijst graag aankondigingen, berichten en voorstellen voor werkprogramma's. Vooralsnog willen wij bekijken welke berichten we via de nieuwslijst verspreiden.

Suggesties voor andere mensen en of organisaties die geinteresseerd zouden kunnen zijn in deze maillijst zijn van harte welkom.

Afmelden kan door een mailtje te sturen naar nieuws(at)biopolitiek.nl o.v.v. 'afmelden'.

Onderwerpen van de vorige uitgaven van de nieuwsbrief [Biopolitiek] zijn te zien op: http://www.biopolitiek.nl/pivot/archive.php?c=Biopolitiek en waren onder andere:


70. Protest
71. Uitsluiting

72. Kostenbesparing?

73. Rammelen aan de poort van de gezondheidsfabriek

74. Maatschappelijkverantwoord wetenschappen

75. Consumenten & Producenten

76. Ernstig gehandicapt, oud of illegaal

77. Schizofrenie & orgaanwerving

78. Biobankiers & lichaams-technologie

79. Onderhuidse politiek

80. Ethiek Raad & Lifelines Biobank

81. Eugenetische Selectie

82. (on)gewenste lichaamsdelen