Nieuws

Home

Zoek!

Biopolitiek Nieuwsbrief

[Biopolitiek] Volledig

10 Apr '08 - [Biopolitiek 100] Verandering
30 Dec '07 - [Biopolitiek 99] Bevolking: probleem of oplossing
14 Nov '07 - [Biopolitiek 98] Chinese geneeswijzen & beloning voor organen
03 Nov '07 - [Biopolitiek 97] Het etnisch lichaam voorbij
01 Okt '07 - [Biopolitiek 96] Technologie-gesprekken
07 Sep '07 - Leven maken

Teksten

Genomics
Nanotechnologie
Voortplantingstechnologie
Transplantatie
Biomateriaal
Bio-ethiek
Genetische verbeteringstechnologie
Euthanasie
'Over'bevolking
Biologisch determinisme
Mens & Machine
Marktwerking in de zorg
Bedrijven
Akties

Werkplaats Biopolitiek

Over Werkplaats Biopolitiek

Verder lezen

Kalender
BioBrief, oude uitgaven
Biotechnologie archief NoGen
Helix publicaties
Recensies
Links

Discussie

Mail ons
28 Dec '04 - Discussiepagina

Archieven

01 Jan - 31 Dec 2011
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994

Colofon

Werkplaats Biopolitiek
Burgtstraat 3
6701 DA Wageningen
tel.: 0317 - 423588
fax: 0317 - 450144
info(at)biopolitiek.nl

De inkomsten van de werkplaats bestaan voornamelijk uit giften. Wij kunnen uw steun erg goed gebruiken. Giften kunt u storten op:
giro: 1729278
van NoGen in Wageningen.

Aftrekbaar van de belasting zijn giften aan de stichting Diskussie over Biotechnologie (stg DOB), de rechtsvorm waar Werkplaats Biopolitiek onder valt. Het gironummer van stg DOB, eveneens in Wageningen, is 3087127.

Werkplaats Biopolitiek is een onderdeel van het Politiek Infocentrum Wageningen. Andere groepen die er werkzaam zijn zijn: het inheemse volkeren archief 'de Ekster en de Olifant', 'illegalen' ondersteuning en opvang 'Vluchtelingen Onder Dak', Biotechnologie archief NoGen en 'Werkgroep Xenotransplantatie Vraagstukken'.
Wilt u eens komen kijken, mail of bel even voor een afspraak.

Maillijst: nieuws(at)biopolitiek.nl

-->

23 Dec '05 - 4301 W Macht over het naakte lichaam

-----------------------------------------------------------------------------
Nieuws(at)biopolitiek.nl, nummer 55, 8 december 2005
--------------------------------------------------------------------------------

www.biopolitiek.nl

NIEUWS
1. Intro
2. Mogelijk kiesrecht voor 'geestelijk gestoorden'
3. Hielprikje als concurrentievoordeel
4. Abonneren op deze mailinglijst?

---------------------------------------------------------------------------------
1. Intro
Euthanasie, de macht te doden, in handen geven van deskundigen, die (toekomstig)
lijden meetbaar en vergelijkbaar maken lijkt het begin van standaardisering van
de grens tussen levenswaardig en onlevenswaardig leven. Macht over het leven,
over het naakte lichaam en het inpassen van 'de bevolking' aan 'de economie';
het zijn de biopolitieke projecten die ons aangaan.

De Europese Commissie wil dat nationale DNA-banken en nationale vingerafdrukkenregisters met elkaar verbonden worden. Volgend jaar komt de commissie met concrete voorstellen. maar op termijn ziet de commissie ook brood in een Europees vingerafdrukkenregister, een Europees paspoortenregister (met biometrische gegevens) en een Europees bevolkingsregister. Het zou niet mogelijk zijn om bepaalde grenzen in de controle en manipulatie van lichamen te overschrijden, zonder een nieuw bio-politiek tijdperk binnen te gaan, zonder één stap verder te gaan in wat Michel Foucault de progressieve verdierlijking van de mens noemde, en die gevestigd wordt door de meest geavanceerde technieken.

Elektronische bestandsopname van vinger- en irisafdrukken, onderhuidse tatoeage, evenals andere praktijken van hetzelfde type, zijn elementen die bijdragen aan de definitie van deze grens. De veiligheidsredenen die aangeroepen worden om deze maatregelen te rechtvaardigen zouden geen indruk op ons moeten maken: ze hebben er niets mee te maken. De geschiedenis laat ons zien dat praktijken die eerst gereserveerd worden voor buitenlanders later toegepast worden op de rest van de burgers, zegt Giorgio Agamben, filosoof en professor aan de Universiteit van Venetië en New York University.
Wat hier op het spel staat is niets minder dan de nieuwe "normale" bio-politieke relatie tussen burgers en de staat. Deze relatie heeft niet langer wat dan ook te maken met vrije en actieve participatie in het publieke domein, maar betreft de invoeging en de opname in bestanden van het meest wezenlijke en oncommuniceerbare aspect van subjectiviteit: het biologische leven van het lichaam.
De technologische apparaatjes die naakt leven registreren en identificeren corresponderen met de media-apparaten die het publieke spreken controleren en manipuleren: tussen deze uitersten van een lichaam zonder woorden en woorden zonder een lichaam, wordt de ruimte die we eens politiek noemden steeds kleiner en microscopischer.
Door deze technieken en apparaten - die uitgevonden zijn voor de "gevaarlijke klassen" - toe te passen op een burger, of liever op een menselijk wezen als zodanig, hebben de staten die eigenlijk de beperkte ruimte zouden moeten vormen van het politieke leven, elk persoon tot de ideale verdachte gemaakt, tot het punt dat de mensheid zelf die gevaarlijke klasse is geworden.
De bio-politieke tatoeage, de biometrische herkenning, die de Verenigde Staten sinds 2004 en de EU binnenkort opleggen aan wie haar territorium wil betreden zal de voorloper zijn van wat men later van ons zal vragen te accepteren als de normale identiteitsregistratie van een goede burger in de mechanismen en koppelingen van het staatsapparaat. Dat is waarom we het moeten weigeren, schreef Giorgio Agamben, filosoof en professor aan de Universiteit van Venetië en New York University 10 januari 2004 op de opiniepagina van de Franse krant Le
Monde.

Het is een lange nieuwsbrief dit keer, maar u moet er dan ook mee doen tot in het volgende jaar.

----------------------------------------------------------------------------
2. Nationale DNA- en vingerafdrukkenregisters verbinden

De Europese Commissie wil dat nationale DNA-banken en nationale vingerafdrukkenregisters met elkaar verbonden worden. Volgend jaar komt de commissie met concrete voorstellen. Maar op termijn ziet de commissie ook brood in een Europees vingerafdrukkenregister, een Europees paspoortenregister en een Europees bevolkingsregister.
De plannen van de Europese Commissie passen in de Europese en nationale tendens om steeds meer gegevens van alle burgers op te slaan en doorzoekbaar te maken voor opsporings- en inlichtingendiensten. Bovendien kunnen nationale diensten steeds makkelijker in elkaars databestanden neuzen. Het nieuwe uitgangspunt voor informatie-uitwisseling in de Europese Unie is dat een buitenlands informatieverzoek op dezelfde manier als een binnenlands informatieverzoekwordt behandeld.

Informatie-infrastructuur
De nieuwste voorstellen staan te lezen in een discussiedocument dat de Europese Commissie in november 2005 lanceerde. In het document reflecteert de commissie op het toekomstig gebruik van Europese databestanden. De Europese Unie kent nu al een aantal databanken, zoals het Europees Informatiesysteem (EIS), het Schengen Informatiesysteem (SIS), het Visa Informatiesysteem (VIS) en Eurodac, waarin de vingerafdrukken van asielzoekers staan opgeslagen. Tot nu toe kunnen deze databestanden alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor ze opgericht zijn. Dat is in toenemende mate een doorn in het oog van een aantal Europese lidstaten, aangevoerd door Duitsland. Deze lidstaten dringen er al langer op aan
de databestanden toegankelijk te maken voor alle opsporings- en inlichtingendiensten van de lidstaten. Ook bepleit Duitsland al langer de koppeling van de databestanden, om Rasterfahndung mogelijk te maken: het doorzoeken van allerlei databanken aan de hand van vooropgezette profielen van potentiële misdadigers en terroristen.Nederland remt de voorstellen bepaald niet af. In januari 2005 kondigde het kabinet Balkenende aan "een informatie-infrastructuur te ontwikkelen waarmee de mogelijkheid ontstaat om de identiteit tevens on-line te verifiëren. Dit veronderstelt dat de administraties van de identiteitsdocumenten met biometrische kenmerken centraal zijn georganiseerd." Volgens het kabinet levert die informatie-infrastructuur "een bijdrage aan de intensivering van de samenwerking op Europees terrein en een bijdrage aan de effectiviteit van de uitvoering van de identificatieplicht". Het stond er wat omfloerst, maar de betekenis was duidelijk. Europese burgers moeten vanaf 2006 digitale vingerafdrukken en digitale foto's afstaan voor het nieuwe paspoort. Die gegevens worden centraal opgeslagen, zodat "on-line" verificatie mogelijk wordt. Als iemand wordt aangehouden en geen identiteitsbewijs kan tonen, kan de politie via de vingerafdrukken en de foto in het centrale systeem de identiteit vaststellen. De overheid krijgt daarbij dus de beschikking over de vingerafdrukken van álle burgers, verdacht of onverdacht.

Data lichaam
De eerste stappen zijn inmiddels al gezet. De Europese Commissie stelde vorige week ook voor om nationale opsporings- en inlichtingendiensten, en de Europese politieorganisatie Europol toegang te geven tot het Visa Informatiesysteem. In dit systeem komen een groot aantal gegevens te staan van een ieder die de Europese Unie bezoekt, waaronder biometrische identificatoren als digitale pasfoto's en vingerafdrukken. Maar volgens de commissie is meer nodig, want het gebruik van de huidige Europese databanken laat volgens opsporingsdiensten nog te veel veiligheidsgaten bestaan.
Veiligheidsgaten worden gezien bij de registratie en identificatie van Europese burgers. Weliswaar worden alle Europese burgers binnenkort verplicht om biometrische gegevens als vingerafdrukken en pasfoto’s af te staan, maar volgens de commissie zijn we er dan nog niet. Zo is het niet mogelijk om te onderzoeken of iemand die verdacht wordt van terrorisme of zware criminaliteit in een lidstaat een paspoort of identiteitskaart heeft aangevraagd. De commissie wil in ieder geval volgend jaar voorstellen om de nationale DNA-databanken en vingerafdrukkenregisters aan elkaar te verbinden. Zo moeten de opsporings- en inlichtingendiensten automatisch de nationale registers kunnen doorzoeken. Daarnaast krijgen opsporings- en inlichtingendiensten toegang tot alle Europese databanken.
Op de langere termijn wil de commissie een Europees vingerafdrukkenregister dat automatisch doorzocht kan worden. Daarnaast zou er een sluitend in- en uitgangscontrolesysteem moeten komen. Elke reiziger zou zowel bij binnenkomst als bij vertrek geregistreerd moeten worden aan de hand van biometrische identificatoren, zodat de autoriteiten precies weten wie in het land is en wie na afloop van het visum het grondgebied niet heeft verlaten. Ook een Europees register van paspoorten en reisdocumenten zou de veiligheid ten goede komen,
aldus de commissie. ‘Zo kan direct in heel Europa van elk paspoort of reisdocument worden vastgesteld of het authentiek is en de identiteit van de houder vastgesteld,’ aldus de commissie.
De commissie erkent dat er vanuit privacyoogpunt haken en ogen zitten aan de voorstellen. Want breed toegang verlenen tot registers waarin mensen staan die al eens veroordeeld zijn is één ding, toegang verlenen tot immigratie-, visum- en asielregisters is iets anders. ‘Het vragen van asiel of een visum vormt uiteraard geen enkele indicatie dat diegene van plan is een misdrijf of terroristische daad te plegen.’ Daarom zou toegang tot deze databanken alleen mogen om zware misdrijven of terrorisme te voorkomen, te ontdekken of op te sporen. Uit het voorstel om opsporings- en inlichtingendiensten toegang tot het VIS te verlenen, blijkt echter dat er nogal ruime criteria gelden om het VIS te mogen doorzoeken.
De maatregelen passen in de trend om zoveel mogelijk gegevens te verzamelen over alle burgers, verdacht of onverdacht. Denk aan het routinematig en automatisch doorgeven van passagiersgegevens aan de VS, een maatregel die over enige tijd ook zal gaan gelden voor passagiers die naar Europa vliegen. Of neem het Europese plan om alle "verkeersgegevens" die inzicht geven in het bel- en internetgedrag van alle Europese burgers voor 1 tot 3 jaar op te slaan. Tegelijkertijd verdwijnen de juridische beperkingen aan de informatiehonger van
de overheid. Elke opsporingsambtenaar kan van een bedrijf eisen dat men informatie afstaat over haar klanten. Denk aan supermarkten, videotheken, bibliotheken, reisbureaus, banken, en boekwinkels. Daarbij kan niet alleen informatie worden opgevraagd over verdachten, maar ook over de kring mensen rond een verdachte, of over anderen als dat nodig zou zijn voor het onderzoek.

Digitale sporen
In de informatiesamenleving laat iedereen steeds meer digitale sporen achter. De overheid ziet dat als een goudmijn en stimuleert actief het achterlaten van steeds meer makkelijk toegankelijke sporen. In Amerika kun je bij McDonald's je bestelling al afrekenen door je vinger even op een scanner te leggen. Toegangscontrole bij scholen vindt steeds vaker plaats door biometrische identificatie. Uitkeringsgerechtigden in sommige steden identificeerden zich, bij wijze van proef, ook met de vinger. Door al deze informatie toegankelijk te maken voor de overheid, alle denkbare databestanden aan elkaar te koppelen en systematisch te doorzoeken, ontstaat een gigantisch controlepotentieel over burgers. Ooit leefde het idee dat democratie het geïnstitutionaliseerde wantrouwen van burgers tegen de overheid vorm gaf. Inmiddels lijkt democratie het geïnstitutionaliseerde wantrouwen van de overheid tegen burgers te betekenen.
Van het merendeel van de maatregelen weet bijna niemand iets af. Biometrische gegevens in ons paspoort? Biometrische gegevens in visa? Centrale opslag van deze gegevens en deze doorzoekbaar maken voor opsporings- en inlichtingendiensten? Het wordt allemaal volgens de beproefde salamitactiek stilletjes via de Europese achterdeur als voldongen feit ingevoerd.

Dit artikel is door Jeroen Breekveldt samengesteld uit twee artikelen van Jelle
van Buuren:

* De informatiehonger van de EU, <http://www.gebladerte.nl/11126f71.htm>
* Europese Commissie: nationale DNA- en vingerafdrukkenregisters verbinden, Webwereld 29 november 2005 , http://www.konfrontatie.nl/nl/artikel.php?konfrontvar=1083&themavar=10>

---------------------------------------------------------------------------
3. De opkomst van de dood als medische praktijk

'Als u nú geen toestemming geeft voor sedatie, dan zet ik u uit de ouderlijke macht,' riep een hoogleraar tegen twee kersverse ouders van een zoontje. Josepheo kwam ter aarde met een hoge dwarslesie. De arts ervoer deze aandoening als dermate ernstig dat hij, tegen de wens van de ouders in, over wilde gaan tot sedatie, een eerste stap naar een 'zachte dood'. Nu hij zijn zin niet leek te krijgen greep de arts naar een machtsmiddel, het uit de ouderlijke macht zetten van de ouders. Dit lukte maar werd een paar dagen later weer teruggedraaid
(Steenhorst, 2005).
De advocaat van de ouders, mr. WG, Verkruisen heeft in zijn praktijk enkele gevallen meer meegemaakt waarbij ouders het gezag over hun pasgeborene werd ontnomen 'om de dokter vrij baan te geven.' Het niet behandelen wordt vaker opgelegd aan ouders dan 10-15 jaar geleden (Steenhorst, 2005). Behandelende artsen legitimeren hun handelen door te zeggen in het belang van de patientjes te handelen. Juist het waarnemen van het belang van pasgeborenen levert conflicten op tussen ouders en arts. Artsen blijken steeds vaker, met hulp van
het justitiele apparaat, in staat te zijn dergelijke conflicten te winnen. Onlangs werd het Groningen Protocol aanvaard dat artsen in bepaalde gevallen vrijstelt van vervolging indien ze het leven van een pasgeborene beeindigen. Niet de rechterlijke macht maar de medische macht gaat over een eventuele vervolging beslissen (Polsslag, 2005).
Euthanasie is een onderdeel geworden van de medische praktijk. Artsen houden zich niet meer alleen bezig met het genezen van mensen. Precies het tegenovergestelde, het brengen van de dood, is een onderdeel geworden van medisch handelen. Doden werd vroeger slechts in twee situaties gelegitimeerd: in een oorlog, en als straf. Hoe is het mogelijk dat een praktijk van doden, zich heeft weten te nestelen in een nieuw domein, de praktijk van genezen, het beter maken van mensen?

Hippocrates
'Ik zweer bij Apollo, de Genezer, bij Asclepius, Hygieia et Panaceia, en bij alle goden en godinnen, die ik tot getuigen roep, dat ik deze eed en deze verklaring, naar beste weten en vermogen, zal nakomen.
Ik zal hem, die deze kunst aan mij heeft onderwezen, beschouwen als een vader, hem laten delen in mijn levensonderhoud, en, als hij in schulden of nood zou geraken, hem op zijn verzoek steun verlenen. Zijn zonen zal ik gelijk stellen met mijn eigen broers; ik zal hun, als zij de wens daartoe te kennen geven, deze kunst leren zonder vergoeding en zonder schuldbewijs; tot mijn voorschriften, voordrachten en heel mijn verdere onderricht zal ik toegang geven aan mijn zonen, aan die van mijn leermeester en aan die leerlingen die zich bij mij hebben ingeschreven en gehouden zijn aan de medische wet; maar aan niemand anders.
Ik zal diëetregels naar beste weten en vermogen aanwenden tot heil der zieken, nooit tot hun verderf of schade.
Ik zal niemand een dodelijk geneesmiddel toedienen, ook niet aan iemand die dit van mij vraagt; zelfs een aanwijzing in die richting zal ik niet verstrekken.
Ik zal nooit aan een vrouw een middel toedienen ter vernietiging van ontkiemend leven.
Ik zal mijn leven en mijn kunst steeds zuiver en rein bewaren.
Ik zal geen operaties uitvoeren, zelfs niet bij lijders aan blaasstenen, maar ik zal dat werk aan deskundigen overlaten.
In welk huis ik ook binnentreed, ik zal er alleen binnengaan om de zieken te helpen; nooit zal ik er willens en wetens enig onrecht doen, in het bijzonder mij nooit schuldig maken aan sexuele omgang met man of vrouw, vrije of slaaf.
Ik zal, wat ik bij de uitoefening van mijn beroep ook zal horen of zien, of ook daarbuiten over het leven van mensen te weten kom aan dingen, die nooit bekend mogen worden, in stilzwijgen bewaren, en het beginsel hooghouden, dat dingen die mij zó bekend worden vallen onder de plicht van geheimhouding.
Als ik deze eed trouw in acht neem en niet ontwijd, moge ik dan in mijn leven en in mijn kunst gezegend worden, en aanzien genieten bij alle mensen, te allen tijde, - maar als ik hem schend en meinedig word, dan wil ik het tegendeel ondergaan.' (Hermeneus, 1981)


Hippocrates, een befaamd arts in de Griekse oudheid, beschrijft in zijn eed gedragsregels voor de kunst van het genezen. De eed geeft een kader, een afbakening van het terrein van de genezer. Een kenmerkende en nieuwe regel in die tijd was het belang van de privacy van de patient. Een tweede afbakening is de regel nooit een 'dodelijk geneesmiddel' toe te dienen, en zelfs geen hulp te verlenen in de richting van het doden van iemand. De geneeskunst houdt zich uitsluitend bezig met het beter maken van mensen, niet met het schaden van mensen.
De persoon die zich het beroep van genezer eigen maakt legt zich toe op een levenskunst. Deze levenskunst heeft niet alleen betrekking op het genezen zelf, maar ook op relaties met andere mensen. Hippocrates beschrijft duidelijke gedragsregels: 'Ik zal hem, die deze kunst aan mij heeft onderwezen, beschouwen als een vader, hem laten delen in mijn levensonderhoud, en, als hij in schulden of nood zou geraken, hem op zijn verzoek steun verlenen. Zijn zonen zal ik gelijk stellen met mijn eigen broers; ik zal hun, als zij de wens daartoe te kennen geven, deze kunst leren zonder vergoeding en zonder schuldbewijs; tot mijn voorschriften, voordrachten en heel mijn verdere onderricht zal ik toegang
geven aan mijn zonen, aan die van mijn leermeester en aan die leerlingen die zich bij mij hebben ingeschreven en gehouden zijn aan de medische wet; maar aan
niemand anders.'
Genezen is een kunst van het leven die artsen tot aan de 21ste eeuw en nog steeds aanspreekt. De eed van Hippocrates wordt tot de dag van vandaag gebruikt als leidraad, als kapstok voor een ethiek van de genezer. Centraal in deze ethiek staat het genezen en helpen van mensen. Doden was moreel ontoelaatbaar en geen onderdeel van de kunst van het genezen.

Medicalisering van de productiviteit
Van de Middeleeuwen tot aan de 16e eeuw werden gebieden geregeerd door een politiek van de prins. Machiavelli beschrijft in 'The Prince' twee problemen van het regeren: wat bedreigt het prinsdom, en hoe kunnen machtsrelaties zo gemanipuleerd worden dat het prinsdom versterkt wordt. Twee praktijken droegen zorg voor deze taken: oorlog voeren en rechtspraak. De prins hielt zich dus vooral bezig met zijn territorium, hoe het te versterken en hoe het uit te bereiden. In dat territorium kunnen de inwoners rijk of arm zijn, lui of actief,
maar denadruk ligt op het territorium.
In de 16e eeuw werd het regeren van het territorium uitgebreid naar zaken als: het produceren van zo veel mogelijk winst, het zorgen dat de mensen genoeg middelen hebben om van te leven en het zorgen dat de bevolking kan groeien. Aan de twee praktijken, oorlog voeren en rechtspraak, werd toegevoegd het handhaven van de orde en het organiseren van het vergaren van rijkdom. De nadruk kwam te liggen op handel en daarmee op het vergroten van de productie en van een actieve bevolking (Foucault, 2000).
In Engeland, Frankrijk en Oostenrijk ontstonden in de 17e eeuw mechanismen om de kracht van de bevolking te meten. Volkstellingen werden gehouden en geboorte en sterftecijfers werden verzameld. Deze gegevens vormden een indicatie voor de gezondheid van de bevolking maar leidde nog niet tot ingrepen om deze gezondheid te verbeteren (Foucault, 2000c).
In het toenmalige Duitsland ontstond begin 18e eeuw wel een medische praktijk die het verbeteren van de gezondheid van de bevolking tot doel had. Er ontstond een medizinischepolizei, een medische politie met verschillende taken: het observeren en registreren van ziekten en epidemieen, het standaardiseren van de medische praktijk en van medische kennis, het administreren van de activiteiten van artsen en het instellen van medische functionarissen. Het doel van deze staats geneeskunde was niet het vergroten van de productiviteit van mensen, maar het versterken van de staat.
In tegenstelling tot de kleine met elkaar in de clinch liggende Duitse staatjes ontstonden in Frankrijk grote steden waarin spaningen ontstonden tussen de armen en rijken. De straten lagen vol met afval, de huizen werden hoger, en het verzet van de werkenden nam toe. Frankrijk bedacht een stads geneeskunde die zich vooral ging bezig houden met het verbeteren van het leef klimaat in de stad. Kerkhoven en slachthuizen werden naar de randen van de stad verplaatst, straten werden verbreed waardoor ze gelucht konden worden. De stads geneeskunde richtte zich op publieke hygiene.
De Engelse situatie laat zien hoe werkers een volgende stap waren in het medicaliseringsproces. Eerst werd de staat gemedicaliseerd volgens het Duitse model van de staats geneeskunde, daarna de stad, en tenslotte de armen en de werkers. In Engeland werd het aantal armen zo groot dat het als een bedreiging werd gezien. Er zouden revoluties kunnen uitbreken, en de armen vormden een broedplaats voor epidemieen. Vooral om de rijken te beschermen werd de Poor Law bedacht. Arme mensen kregen hierdoor de mogelijkheid hun gezondheid op peil te houden, zodat de rijken minder blootgesteld zouden worden aan epidemieen. Maar ook vergrootte de sociale geneeskunde de productiviteit van de arme mensen, ze
waren immers ook nuttig voor de stad, ze verrichtten noodzakelijke arbeid.
Vooral het Engelse model van sociale geneeskunde bood perspectief voor de toekomst. Eind 19e eeuw resulteerde dit in een praktijk waar drie dingen mee werd bereikt: medische hulp voor de armen, controle van de gezondheid van de arbeiders, een algehele screening van de publieke gezondheid. Hierdoor werden drie medische systemen mogelijk: een ondersteunende geneeskunde voor de armen, een administratieve geneeskunde voor zaken als vaccinaties en epidemieen en een prive geneeskunde voor de mensen die het konden betalen (Foucault, 2000c).
Deze geschiedenis toont drie belangrijke veranderingen in denken. De eerste is het denken in termen van een bevolking en het identificeren van groepen zoals armen en productieven. Er ontstond een administratie van de bevolking die het mogelijk maakte de productiviteit te meten, te besturen en te vergroten. De tweede verandering is de medicalisering die plaats vond op verschillende terreinen, uiteindelijk ook op het terrein van de bevolking. De medische praktijk richt zich niet meer uitsluitend op het genezen van individuele mensen in familie verband, maar op het controleren, administreren, reguleren en uiteindelijk verbeteren van de bevolking. De derde verandering in denken is het zien van delen van de bevolking als een gevaar voor de rijke mensen. Ook hier ontstond er een rol voor de geneeskunde om deze gevaren op te sporen en aan te pakken.

Medicalisering van de dood
In 1920 publiceerde professor in de psychiatrie Alfred Erich Hoche samen met professor in de rechten Karl Binding het boek 'Die Freigabe der Vernichtung lebensunwerten Lebens. Ihr Maß und ihre Form'. Onder zeer zorgvuldig gecontrolleerde condities zouden mensen die om assistentie bij het dood gaan vragen hulp moeten kunnen krijgen van een arts. Hiertoe moet een verzoek ingediend worden aan een panel van drie experts. De patient kan op alle tijden zijn of haar verzoek intrekken. De auteurs argumenteerden dat hulp bij dood gaan in overeenstemming is met de hoogste ethische standaarden en eigenlijk een oplossing van mededogen is voor een pijnlijk probleem.
Hoche en Binding vonden dat mededogen zich ook moest kunnen uitstrekken over mensen die volgens wetenschappelijke criteria mentaal dode personen waren zonder enige kans van verbetering. Bovendien noemden ze de voordelen voor de samenleving, er zou namelijk geld vrijkomen van het verzorgen van zinloos leven en besteed kunnen worden aan de mensen die het het meest nodig hebben: de sociaal en lichamelijk gezonden. Een opniniepeiling in 1920 toonde aan dat 73% van de ouders en voogden van zwaar gehandicapte kinderen het zouden toestaan het leven van dergelijke kinderen te beeindigen.
De eerste beschreven casus van levensbeeindiging betrof een verzoek van een vader aan Hitler om zijn zoon te laten sterven omdat hij blind was, mentaal gehandicapt en een arm en been miste. Hitler liet de zaak over aan zijn persoonlijke arts Karl Brandt, die in 1938 het verzoek honoreerde. Vervolgens kwamen er meerdere verzoeken binnen en werden er praktijken ontwikkeld om kinderen met een zinloos bestaan uit hun lijden te verlossen (King, 2000).
In Alfred Hoches visie komen enkele ingredienten van het Engelse sociale geneeskunde model samen. Denken in termen van bevolking werd belangrijker. De bevolking diende gezond en productief gemaakt te worden. Er werden medische instrumenten ontwikkeld om de productiviteit van groepen mensen te vergroten. Vaccinatie programma's zorgden bijvoorbeeld voor minder ziekten bij de armen, en beschermden tegelijkertijd de rijken tegen deze ziekten. Hoche en Binding voegde hieraan een nieuwe medische techniek toe, die van het doden van onproductieve mensen.
Tot aan de 20ste eeuw werd het gevaar van groepen mensen gezien in relatie tot de gezondheid van rijken, of als een potentiele revolutie. Het productiviteitsdenken werd in de 20ste eeuw sterker. Het toenemende belang van de economie in de 20ste eeuw maakte het mogelijk minder productieve mensen te zien als een kostenpost, als een bedreiging voor de economie, en zelfs als bedreiging voor de samenleving. De enige mogelijke oplossing voor deze bedreiging leek het doden van de dure, onproductieve mensen.

Nawoord
Ik heb geprobeerd een serie gebeurtenissen te beschrijven die veranderingen in denken signaleren. Het economische model van een familie maakte plaats voor het model van de bevolking. De bevolking werd onderwerp van controle, administratie en uiteindelijk verbetering. De medisch paraktijk kon oplossingen bieden voor gevaren van de bevolking zoals ziekten. Uiteindelijk ontwikkelde de medische praktijk ook technieken voor het bestrijden van deze gevaren. Het concept 'ziek individu' moest plaats maken voor een 'zieke bevolking'. Mensen met handicaps werden gezien als onproductief, als kostenpost, en tenslotte als gevaar voor de samenleving. Er kon een ethiek ontstaan waarin verzoeken tot hulp bij het dood gaan acceptabel werden geacht. Mensen moesten uit hun lijden verlost kunnen worden. De kunst van het genezen van mensen veranderde in een calculerende praktijk van het verbeteren van de bevolking, waarin het doden van mensen onderdeel werd van de medische praktijk.

Herman van Wietmarschen

Bronnen:
Foucault, Michel (2000a) 'The politics of health in the eightenth century' in: Rabinow, Paul, The essential works of Foucault 1954 – 1984, vol. 3, Power, The New Press
Foucault, Michel (2000b) 'Governmentality' in: Rabinow, Paul, The essential works of Foucault 1954 – 1984, vol. 3, Power, The New Press
Foucault, Michel (2000c) 'The birth of social medicine' in: Rabinow, Paul, The essential works of Foucault 1954 – 1984, vol. 3, Power, The New Press
Hermeneus (1981) 53
King, PJ. (2000) 'Lessons from history: euthanasia in nazi Germany' http://www.pregnantpause.org/euth/nazieuth.htm
Steenhorst, René (2005) 'Overdonderd door de dokter' Telegraaf 10-12-2005
Polsslag 19 (2005) 9 december, http://www.umcg.nl/cms/store/pdf/deskundigencommissie.pdf

---------------------------------------------------------------------------
4. Abonneren op deze mailinglijst?

U kunt zich kosteloos abonneren op deze lijst door een mailtje te sturen naar nieuws(at)biopolitiek.nl. We zullen ongeveer een maal per twee weken een mailtje versturen met verzameld nieuws. Het verspreiden van informatie op deze lijst is voorlopig voorbehouden aan Werkplaats Biopolitiek. We zijn altijd geinteresseerd in reacties, deze kunnen gestuurd worden naar nieuws(at)biopolitiek.nl. Bovendien ontvangen we graag aankondigingen, berichten en voorstellen voor werkprogramma's voor de nieuwslijst (Vooralsnog willen wij bekijken welke we via de nieuwslijst verspreiden).

Suggesties voor andere mensen en of organisaties die geinteresseerd zouden kunnen zijn in deze maillijst zijn van harte welkom.

Afmelden kan door een mailtje te sturen naar nieuws(at)biopolitiek.nl o.v.v. 'afmelden'.

Onderwerpen van de vorige uitgaven van de nieuwsbrief [Biopolitiek] zijn te zien op: http://www.biopolitiek.nl/pivot/archive.php?c=Biopolitiek en waren onder andere:

40. Precair
41. Praatjes
42. Alarm
43. Dwang tot repareren
44. De zorgverlener onder druk
45. Trots of trendy
46. Proeftuinen
47. Organen en paspoorten
48. Overheid en veiligheid
49. Technologie Fix
50. Radicaliserende bevolkingspolitiek
51. Kostenpost mens
52. Publiek en wetenschap
53. Droefenis
54. Hielprik en kiesrecht
--------------