Genomics
Nanotechnologie
Voortplantingstechnologie
Transplantatie
Biomateriaal
Bio-ethiek
Genetische verbeteringstechnologie
Euthanasie
'Over'bevolking
Biologisch determinisme
Mens & Machine
Marktwerking in de zorg
Bedrijven
Akties
Werkplaats Biopolitiek
Burgtstraat 3
6701 DA Wageningen
tel.: 0317 - 423588
fax: 0317 - 450144
info(at)biopolitiek.nl
De inkomsten van de werkplaats bestaan voornamelijk uit giften. Wij kunnen uw steun erg goed gebruiken. Giften kunt u storten op:
giro: 1729278
van NoGen in Wageningen.
Aftrekbaar van de belasting zijn giften aan de stichting Diskussie over Biotechnologie (stg DOB), de rechtsvorm waar Werkplaats Biopolitiek onder valt. Het gironummer van stg DOB, eveneens in Wageningen, is 3087127.
Werkplaats Biopolitiek is een onderdeel van het Politiek Infocentrum Wageningen. Andere groepen die er werkzaam zijn zijn: het inheemse volkeren archief 'de Ekster en de Olifant', 'illegalen' ondersteuning en opvang 'Vluchtelingen Onder Dak', Biotechnologie archief NoGen en 'Werkgroep Xenotransplantatie Vraagstukken'.
Wilt u eens komen kijken, mail of bel even voor een afspraak.
Maillijst: nieuws(at)biopolitiek.nl
--------------------------------------------------------------------------------
Nieuws(at)biopolitiek.nl, nummer 49, 29 september 2005
--------------------------------------------------------------------------------
www.biopolitiek.nl
NIEUWS
1. Intro
2. Veroudering genezen?!?
3. Recensie: Biomedische nanotechnologie
4. Abonneren op deze mailinglijst?
---------------------------------------------------------------------------------
1. Intro
De twee artikelen in deze nieuwsbrief gaan over moderne technologie.
Nanotechnologie is een nieuw modebegrip waar wetenschappers, industrie
en maatschappelijke organisaties zakken geld tevoorschijn mee kunnen
toveren. Het tweede artikel gaat over de obsessie en het geloof dat
wetenschappers als Aubrey de Grey hebben met technologische
mogelijkheden.
Waarom worden oplossingen voor maatschappelijke problemen toch altijd
gezocht in technologie? Deze week bedacht ik een nieuwe, maar
eenvoudige reden. De ontwikkeling van technologie wordt weinig in de
weg gelegd, terwijl maatschappelijke oplossingen altijd door eindeloze
diskussies, kabinets vergaderingen, instellingen en andere
belanghebbende worden uitgekauwd. Sociale oplossingen liggen
automatisch meer in het publieke domein waardoor iedereen er iets over
te zeggen heeft. Technologische oplossingen zijn daarentegen
wetenschap, en daarmee bijna uitgesloten van maatschappelijke
diskussie. De overheid wil graag een goed investeringsklimaat en bouwt
aan een kenniseconomie. Daarbij hoort ruimte voor technologie. Dus
maakbare mens in plaats van maakbare samenleving. Krijg dit maar eens
omgedraaid.
--------------------------------------------------------------------------------
2. Veroudering genezen?!?
'Ik hoop dat jullie het met me eens zijn dat de natuurlijke dood een
schande is. In werkelijkheid is het de grootste schande van de mensheid
en de geschiedenis. Nu, eindelijk, kunnen we er misschien wat aan doen.
Dus laten we aan de slag gaan!' - Robert A. Freitas (1)
Sommige wetenschappers denken dat alles mogelijk is. Door de snelle
ontwikkelingen in de bio-medische wetenschappen en de nanotechnologie
ligt onsterfelijkheid binnen handbereik. Althans, dit beweren Kurzweil
en de Grey op hun websites: www.kurzweilai.net en www.gen.cam.ac.uk/sens.
De Grey ontwikkelt op de afdeling Genetica van de Cambridge
Universiteit een 'genezing voor veroudering'. Kurzweil ontving in 1999
de National Medal of Technology van toenmalig president Clinton. De
Wall Street Journal noemt hem 'de rusteloze genie'.
Jongensdromen
Aubrey de Grey noemt zijn strategie om veroudering te genezen SENS, in
het Nederlands LEVENS (Langblijvende Eliminatie van
Verouderingsverschijnselen door een Engineerings-Strategie). Het doel
is schade die het lichaam opdoet tijdens het ouder worden te voorkomen
en te herstellen. Technologische ontwikkelingen zullen over 10 tot 100
jaar sneller gaan dan dat nieuwe problemen zich zullen
voor doen. Volgens Aubrey kunnen we hierdoor verouderingsprocessen op tijd tegen houden of ongedaan maken.
Hoe snel kan veroudering genezen worden? Aubrey maakt een schatting
rond twee mijlpalen. Eerst moet er een muis gemaakt worden waarbij
veroudering is genezen. Dit zal ergens in de komende 10 tot 20 jaar
gebeuren. Dan moeten er therapieen ontwikkeld worden, wat in de 15 tot
100 jaar na de muis zal gebeuren. Kinderen die 40 jaar voor het
bereiken van deze tweede mijlpaal worden geboren zullen
ouder dan 5000 jaar worden, voorspelt Aubrey.
Kurzweil ziet een toekomst waarin technologische ontwikkelingen steeds
sneller gaan. Veroudering zal tegengehouden worden door bijvoorbeeld
nano-macrophagen die duizenden keren efficienter zullen zijn dan onze
eigen macrophagen. (2) Ook zullen we respirocyten hebben, een nano
versie van een rode bloedcel. Rode bloedcellen transporteren zuurstof,
maar deze respirocyten zullen dit duizend
keer efficienter doen. 'We kunnen vier uur op de bodem van een vijver
zitten of een Olympische sprint doen van 15 minuten zonder adem te
halen,' schrijft Kurzweil. Maar uiteindelijk hoopt Kurzweil onze
lichamen met deze nieuwe technologieen nog even in leven te houden
totdat we in staat zijn: '... om ons lichaam en hersenen letterlijk te
herbouwen met nano-constructen die veel krachtiger zullen zijn dan die
onze biologische systemen nu gebruiken.'
Nature publiceerde in februari een artikel over muizen die een
verjongingskuur kregen. Een aanwijzing dat veroudering tegen gehouden
kan worden. Oude muizen werden aangesloten op de bloedsomloop van jonge
muizen. 'Het was alsof de oude muis een slok van een levenselixer
kreeg,' meldt de Trouw.(3) De oude muis gebruikte stamcellen uit het
bloed van de jonge muis en maakte nieuwe
levercellen en spiercellen.
Bio-luddieten
In de discussie over anti-ageing , het 'genezen van veroudering' gaat
Aubrey de Grey ervanuit dat het te genezen valt. Wij hebben absoluut
geen zin in een welles-nietes debat over de technische
(on)mogelijkheden, maar moeten er toch iets over zeggen.
Wij geloven niet in het 'genezen van veroudering'. Het is misschien wel
een luchtballon opgelaten om discussies over andere omstreden
technieken te omzeilen. Immers, als het idee van veroudering genezen
flink zou aanslaan, dan worden allerlei 'ethische' bezwaren tegen
technieken om dat te bereiken gemakkelijker aan de kant geschoven
vanwege het grote belang van veroudering
genezen.
Het is een kwestie van keuze om wel of niet veel geld in te zetten op
dit onderzoek, een belangrijke politieke keuze. Laten we beginnen met
een dooddoener, die echter wel een zeer reeel probleem benoemd: Is het
niet vreemd te werken aan het genezen van veroudering terwijl zoveel
mensen in armoede leven dat ze hun vijftigste levensjaar niet eens
halen?
Moderne Pro-Lifers zoals we ze sarcastisch zullen noemen, plaatsen bij
voorkeur 'bio-conservatieven' tegenover henzelf. Daarmee kunnen ze
zichzelf een vooruitstrevend voorkomen aanmeten. Ze geven tegenstanders
van hun visioenen namen als Bio-luddites en noemen ze 'pro-death'.
Een argument van de Moderne Pro-Lifers is dat sociale hygiene als
gevolg van ontdekkingen van Louis Pasteur in 1870, veel mensen het
leven heeft gered en kindersterfte in het westen heeft teruggebracht
tot het lage nivo van nu. En wie is daar nu tegen, vragen ze
rhetorisch.
Verschil met de - nog bijna totaal onbekende, laten we dat niet
vergeten! - technieken voor het genezen van veroudering is dat de
riolering en waterleiding projecten waren die ingrepen in de sociale
structuur, die de leefomgeving van mensen verbeterden, niet de mensen
zelf, zoals de Moderne Pro-Lifers willen gaan doen.
Daar zit precies de reden van onze afkeuring en ons ongeloof in de
heilzame effecten voor iedereen van genezing van de veroudering.
Langdurige stress bijvoorbeeld, veroorzaakt ziektes, vaak
onverklaarbare. Armoede, weinig grip op je leven en niet of juist te
serieus genomen worden zijn grote stressveroorzakers. Wat doet het
genezen van veroudering daaraan?
Verkiezingsthema
Een andere voor de hand liggende vraag bij deze ontwikkelingen is voor
wie dit lange leven dan beschikbaar zal zijn. Rijke mensen kunnen hun
lichaam misschien ieder jaar een beurt geven waardoor ze jong blijven,
maar hoe zit dat in ontwikkelingslanden?
De Grey, een Moderne Pro-Lifer, geeft een interessant argument. Hij
stelt dat een democratische samenleving van een overheid zal eisen
toegang te krijgen tot deze levensverlengende technologieen. Slechts
een partij die belooft de technologie beschikbaar te stellen zal aan de
macht komen. Hiermee dicht de Grey de huidige westerse samenlevingen
een hoog democratisch gehalte toe en zijn visioen de kracht van een
doorslaggevend verkiezingsthema.
Misschien dat de meeste mensen op den duur toegang zullen krijgen tot
een deel van de verjongings technologieen (als het ooit zou werken),
maar de rijken zullen altijd meer mogelijkheden hebben. Daarnaast zal
er zonder grote sociale verandering altijd een grote onderklasse zijn
die nauwelijks toegang zal krijgen. Bovendien geldt zijn argument niet
voor armere landen, waar vaak nog minder sprake is van een democratie.
Geld zal wel degelijk een grote rol spelen. Nederland heeft net een
grote bezuinigingsronde in de zorg achter de rug. Door de no-claim
regeling en de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning komt de
toegang tot zorg onder druk te staan. Hoogervorst wil dat zieke mensen
solidair zijn met de gezonden, en verhoogt de premies voor een
zorgverzekering. De FNV vreest een leger van onverzekerden. In de VS is
een kwart van de bevolking onverzekerd.
Technologische ontwikkelingen lijken immuun te zijn voor bezuinigingen.
Overheden, bedrijven en instellingen blijven geld stoppen in innovatie.
Stijgende kosten in de zorg door steeds duurdere behandelmethoden
worden vervolgens betaald met bezuinigingen in de basiszorg of door de
toegang tot zorg te beperken. De ontwikkeling van verjongingstherapieen
zal hier geen verandering in brengen.
Betere mensen maken
Het mensbeeld van de Moderne Pro Lifers hangt tegen eugenetica aan: we
zullen geen tere, zwakke broze mensen meer hebben, wel oudere mensen,
is hun statement. En wat is er mis met ouderen, vragen ze rhetorisch?
Dit lijkt een mooi anti-leeftijdsdiscriminatie standpunt, maar je zou
dit beter een moderne vorm van sociaal- racisme kunnen noemen. Want
kijk eens naar deze redenering: Wat is er mis met zwarte mensen als ze
aangepast zijn en dus net zo zijn als wij? Iedereen die integreert,
assimileert, geen andere aanspraken maakt dan de toegestane, is OK en
voor die situatie gaan we zorgen, is eigenlijk de boodschap. De Moderne
Pro Lifers zeggen: Ouderen mogen best oud zijn als ze maar niet teer,
zwak of broos zijn. Ziekte en leed uit het leven bannen door ingrepen
in het biologische lichaam, dat is het doel van de Moderne ProLifers.
Wie daartegen is 'veroordeelt mensen tot een onnodig vroege dood'.
De Moderne Pro Lifers zeggen: de miljoenen mensen die sterven van de
honger eerst helpen (als ze al te helpen zijn), is niet beter dan
'veroudering genezen' (ook al kan dat de eerste tientallen jaren nog
niet). Zolang er een behoorlijk goede kans is dat een actie vandaag de
'genezing van de veroudering' dichterbij brengt, redt die actie van
vandaag levens, zeggen Moderne Pro Lifers. Ze lijken daarmee op
utilitaristen (die mensen inwiselbaar achten in hun streven naar
vergroting van het wereldwijde geluk). Utilaristen kunnen de Moderne
Pro Lifers alleen zijn als je niet naar het nu kijkt maar de toekomst
meerekent. Waarmee het dubieuze concept van meetbaar geluk nog
arbitrairder wordt. De Moderne Pro Lifers lijken toch eerder ego-isten,
eurocentristen misschien of rijk-isten: Wat hen interesseert moet
voorrang krijgen (onderzoek naar 'genezing van de veroudering'). Wat er
met andere, zelfs van honger stervende mensen gebeurt is
kennelijk van minder belang. Racisme? Best mogelijk. In ieder geval
geven de Moderne Pro Lifers zich geen rekenschap van waar de rijkdom in
hun contreien, waarmee het onderzoek naar 'genezing van de veroudering'
betaald wordt, vandaan komt. Aan de rauwe werkelijkheid van in feite al
x-maal afbetaalde schuldenlast aan het westen, de oorlogen om door het
westen gewilde grondstoffen, en de erfenis van het kolonialisme hebben
de Moderne Pro Lifers geen boodschap bij hun verdediging van onderzoek
naar 'genezing van de veroudering'.
Herman Van Wietmarschen en Jeroen Breekveldt
Bronnen:
1. Robert A. Freitas, 9-1-2003 KurzweilAI.net 'Death is an outrage' http://www.kurzweilai.net/meme/frame.html?main=/articles/art0536.html
2. Ray Kurzweil, 31-3-2003 KurzweilAI.net 'The future of life' http://www.kurzweilai.net/meme/frame.html?main=memelist.html?m=5%23554
3. Trouw, 17-2-2005 'Oude muis verjongt met bloed'
-------------------------------------------------------------------------------
3. Biomedische nanotechnologie
Een nieuw boek over Nano-technologie biedt een overzicht van
mogelijkheden en risico`s. In deze technological fix lijkt de sociale
werkelijkheid waarin de nano-revolutie zich zou moeten ontwikkelen er
nauwelijks toe te doen.
'Biomedische nanotechnologie is een vakgebied waarin nanoschaal
principes en technieken worden toegepast op het begrijpen en veranderen
van inerte materialen en biosystemen (niet-levende, levende en
denkende) voor medische doeleinden zoals het maken van medicijnen,
begrijpen van de hersenen, vervangen van lichaamsdelen, visualisatie en
instrumenten voor medische ingrepen.' Met deze woorden beschrijft
Mihail Roco, directeur van het Nationale Nanotechnologie Initiatief in
de VS, de snel groeiende biomedische nanotechnologie in het nieuwe boek
'Biomedical nanotechnology' van Ineke Malsch.1 M. Roco, prominent
nanotechnologie voorstander, kreeg de eer het inleidende hoofdstuk te
verzorgen.
Herhaaldelijk wordt in het boek er gewezen op het belang van sociale
aspecten. Biomedische nanotechnologie kost grote hoeveelheden publiek
en privaat geld waardoor enige verantwoording op zijn plaats lijkt.
Zodoende is er een hoofdstuk gewijd aan sociale en economische
aspecten. Ook het hoofdstuk over de risico's gaat over sociale
aspecten, namelijk de potentiele gezondheidsrisico's voor werkers in de
nanoindustrie, patienten die nanomedicijnen innemen en mensen die
blootgesteld worden aan afvalproducten of consumentenproducten met
nanodeeltjes.
Nanotechnologie is niet sociaal
Het hoofdstuk over de sociale en economische aspecten van biomedische
nanotechnologie begint met een interessante invalshoek. Als
uitgangspunt kiest Malsch de belangrijkste dreigingen voor de
gezondheid die de World Health Organisation (WHO) aanvoert in haar
World Health Report (2002). Volgens de WHO zou beleid onder andere
gericht moeten zijn op het voorkomen van ongezond gedrag door het
voorlichten van mensen.
Malsch vraagt zich terecht af welke rol biomedische nanotechnologie
hierin zou kunnen spelen. Vreemd genoeg draait haar antwoord een beetje
om de vraag heen. Biomedische nanotechnologie zou volgens haar nodig
zijn omdat mensen zich pas zorgen over hun gezondheid zouden gaan maken
op het moment dat ze ziek worden. Daarnaast blijven er altijd ziekten
bestaan, zijn er risico's op ongelukken en
genetische afwijkingen. Ten derde ziet ze biomedische nanotechnologie
bijdragen aan de kwaliteit van leven van gehandicapten. Hiermee gaat ze
op geen enkele van de door de WHO aangevoerde beleidspunten in, en ziet
blijkbaar geen rol voor biomedische nanotechnologie om mensen in hun
basisbehoeften te voorzien.
Biomedische nanotechnologie zal slechts beschikbaar zijn voor de
welgestelden. De ongelijke toegang tot gezondheidszorg zal niet
opgelost worden, integendeel, deze zal alleen maar groter worden.
Bedrijven die investeren in deze nieuwe technologieen zoeken naar een
markt voor potentiele nieuwe producten, en vinden deze markt onder de
elite in het arme Zuiden en in het rijke Westen.
Toch weet Malsch biomedische nanotechnologie neer te zetten als een
positieve ontwikkeling. Het is goed dat ze de soms waanzinnige
voorspellingen over de voordelen van nanotechnologie relativeert, en
bovendien aangeeft dat vooral westerse landen de voordelen zullen
ervaren. Jammer is echter de geringe aandacht voor de negatieve
effecten, bijvoorbeeld de gevolgen van het wegtrekken van geld naar
nanotechnologie wat ten koste gaat van allerlei andere manieren van
gezonheidsverbetering voor de minder goed bedeelde mens.
De WHO schat dat tussen 1300 en 2500 miljoen mensen geen toegang hebben
tot esentiele medicijnen - door de WHO gedefinieerd als 'onmisbare'
medicijnen die 'op ieder moment bij ieder segment van de samenleving
beschikbaar moet zijn'.2 Als zelfs deze medicijnen nog niet beschikbaar
zijn, hoe kan biomedische nanotechnologie dan ooit bijdragen aan een
gelijkwaardigere wereld. Het is jammer dat Malsch geen bijdrage van ETC
group, een Canadeese kritische non-profit organisatie, heeft opgenomen
in de bundel om de sociale impact van nanotechnologie vanuit een
maatschappelijk perspectief te belichten.
Wat is handicap?
Biomedische nanotechnologie zou ook de kwaliteit van leven van
gehandicapten verbeteren. Waarschijnlijk is dit het idee van de
ontwikkelaars van de technologie in plaats van de gehandicapten zelf.
Gregor Wolbring, professor aan de universiteit van Calgary, ziet niet
veel in nano-tech voor gehandicapten. Hij verzet zich hand en tand
tegen de dominante beelden die er bestaan over zogenaamde gehandicapte
mensen. Gregor vraagt zich af wie er eigenlijk bepaalt wat een
handicap, een gebrek of een ziekte is. Wie bepaalt hoe er gerepareerd
wordt, medisch of sociaal? En hoe beinvloeden deze ontwikkelingen
sociale structuren?
In een prachtig artikel beschrijft Gregor Wolbring hoe handicaps op
twee manieren gezien kunnen worden, als een medisch probleem of als een
sociaal probleem.3 'Het sociale model van handicap ontkent niet dat een
gehandicapt persoon een zekere biologische realiteit heeft waardoor
zijn/haar mogelijkheden anders zijn (bijvoorbeeld door geen benen te
hebben), en waardoor hij/zij niet aan de norm voldoet. Maar het model
ziet de 'noodzaak aan een norm te voldoen' als de handicap en stelt ter
discussie of veel van de afwijkingen van de norm
wel een medische oplossing behoeven of een sociale oplossing nodig hebben.'
Gregor Wolbring ziet veel nanotechnologie toepassingen gericht zijn op
individuele tekortkomingen. Ze bieden medische oplossingen en geen
sociale oplossingen zoals acceptatie, gelijke rechten en respect. Er
zijn vele studies gedaan die aantonen dat gehandicapte mensen zichzelf
niet als zielig zien, als lijdende wezens met een slechte levens
kwaliteit. Zogenaamde normale mensen hebben een veel negatiever beeld
van hoe het leven met een handicap zou zijn.4
Biomedische nanotechnologie lijkt goede voornemens te hebben voor
gehandicapte mensen. De vraag is echter in hoeverre deze mensen
betrokken worden bij het ontwikkelen van deze nieuwe technologieen en
hoe gewenst de toepassingen zullen zijn. Vanuit gehandicaptenbewegingen
bestaat er veel kritiek op biomedische nanotechnologie, misschien nog
wel het best geillustreerd door het feit dat
slechts 2% van de gehandicapte mensen in de wereld toegang heeft tot gezondheidszorg.
Ineke Malsch zou naar mijn smaak minstens een hoofdstuk door een
gehandicapte wetenschapper zoals Gregor Wolbring moeten hebben laten
schrijven. Het alternatief is iedere verwijzing naar zogenaamde
voordelen voor gehandicapte mensen weg te laten.
Wel of geen gezondheidsrisico's?
Emmanuelle Schuler, Rice University, schreef het laatste hoofdstuk over
de potentiele risico's van biomedische nanotechnologie. Opvallend is
haar keuze om het op te nemen voor de industrie en de wetenschappers,
in plaats van publieke belangen voorop te stellen. Het
voorzorgsprincipe wordt afgedaan als conservatief en als een
belemmering voor innovatie, en ze haalt zelfs de veelgehoorde
dooddoener uit de kast dat onderzoek elders toch wel verder zal gaan
als een land besluit een moratorium in te stellen.
ETC group heeft onlangs een nieuw overzicht gepubliceerd van het
politieke landschap rond nanotechnologie. Ook de veiligheid van
nanodeeltjes komt meermalen ter sprake.5 In juni 2004 concludeerde de
Britse Health and Safety Executive, een organisatie die zich bezig
houdt met protocollen voor het maken van nanomaterialen: 'omdat de
risico's van blootstelling aan veel vormen van nanodeeltjes nog niet
volledig begrepen wordt, zouden regulerings strategieen gebaseerd
moeten zijn op een principe van het zoveel mogelijk reduceren van
blootstelling.'6 In Amerika heeft John Howard van de vergelijkbare
organisatie, US National Insitute for Occupational Safety and Health,
dezelfde boodschap: 'Er is zeer weinig bekend over hoe gevaarlijk
nanomaterialen zijn, of hoe we werkers in de nanotech-gerelateerde
industrie moeten beschermen. Echter, onderzoek van de laatste
jaren heeft uitgewezen dat nanometer-diameter deeltjes giftiger zijn
dan grotere deeltjes op basis van massa. Dit feit, in combinatie met
deeltjes grootte, unieke structuur en unieke fysische en chemische
eigenschappen, suggereert dat er grote zorg moet worden gedragen voor
adequate bescherming van werkers bij het produceren en gebruiken van
nanomaterialen.'7
Ondanks verschillende waarschuwingen van toxicologen en
maatschappelijke organisaties, bagataliseert Schuler de risico's. Ze
heeft het zelfs over 'potentiele risico's' in plaats van gewoon reele
risico's. Toch tonen verschillende studies aan dat bijvoorbeeld
koolstof nanobuisjes zich in
organen van dieren ophopen. Schulers keuze van aangehaalde onderzoeken
laat iets zien van haar houding tegenover nanotechnologie, en het
vertrouwen dat ze stelt in technologie. In plaats van voorzichtig aan
te doen, kiest ze voor de benadering van: waar gehakt wordt vallen
spaanders.
Het boek 'Biomedische nanotechnologie' zegt deze nieuwe ontwikkelingen
in een sociaal en econimisch perspectief te plaatsen. Een economisch
perspectief wordt inderdaad geboden in een uitvoerige uiteenzetting van
de belangrijke spelers en financiers. De sociale kant daarentegen is
mijns inziens te mager. Er wordt teveel aangenomen dat nieuwe
technologie wel oplossingen zal bieden voor problemen, al zijn dit
vooral sociale problemen. Nanotechnologie als oplossing wordt
nauwelijks ter diskussie gesteld. Daarnaast wordt er niet onderzocht of
sociaal minder bedeelde groepen zoals mensen in ontwikkelingslanden,
wel zitten te wachten op nanotechnologie. Misschien willen
zij liever schoon drinkwater, eten, onderdak en werk.
De meer technische hoofdstukken zijn interessant, ze geven een aardige
indruk van wat er mogelijk is en waar aan gewerkt wordt. Uiteindelijk
lijkt slechts de markt te gaan beslissen welke koers de ontwikkelingen
gaan varen. Er wordt wel gepleit voor een soort participerende
technologie beoordeling (waarin het publiek mee mag praten), maar
eerder uit angst voor grootschalig verzet zoals
tegen genetisch gemanipuleerde gewassen als door een wens het publiek
werkelijk mee te laten beslissen. De afwezigheid van regulering rond
nanostoffen en het milieu wordt niet gepresenteerd als een groot
gebrek. Integendeel, er wordt juist lovend gedaan over de magere
pogingen tot regulering die eindelijk op gang beginnen te komen. Door
schade en schande zullen we wijs moeten worden.
Herman van Wietmarschen
Bronnen:
1. Neelina H. Malsch, 2005 Taylor & Francis Group, 'Biomedical nanotechnology'
2. Gregor Wolbring, november 2004 'Research resource flow, new technologies and the 10/90 gap in health research'
3. Gregor Wolbring, 'Science and technology and the triple D (disease, disability, defect)'
4. Bijvoorbeeld: Gerhart, KA et al., 1994 Annals of emergency medicine
Vol 23. 807-812 'Quality of life following spinal chord injury.
Knowledge and attitudes of emergency care providers.'
5. ETC group, juli 2005 'Nanogeoppolitics: ETC group surveys the political landscape'
6. Anon., HSE Information Note, juni 2004, 'Nanotechnology: Horizons scanning information sheet No. HSIN1' www.hse.gov.uk/pubns/hsin1.pdf
<http://www.hse.gov.uk/pubns/hsin1.pdf>
7. John Howard, praatje tijdens de conferentie Professional Development
Conference and Exposition 2004 van de American Society of Safety
Engineers, Las Vegas, Nevada, 9 juni 2004, 'Workplace safety challenges
in the 21st century' www.asse.org/gov_affairs_pdc04_howard.htm
--------------------------------------------------------------------------------
4. Abonneren op deze mailinglijst?
U kunt zich kosteloos abonneren op deze lijst door een mailtje te sturen naar nieuws[at]biopolitiek.nl.
Onderwerpen van de vorige uitgaven van de nieuwsbrief [Biopolitiek] zijn te zien op:
http://www.biopolitiek.nl/pivot/archive.php?c=Biopolitiek