Nieuws

Home

Zoek!

Biopolitiek Nieuwsbrief

[Biopolitiek] Volledig

Teksten

Genomics
Nanotechnologie
Voortplantingstechnologie
Transplantatie
Biomateriaal
Bio-ethiek
Genetische verbeteringstechnologie
Euthanasie
'Over'bevolking
Biologisch determinisme
Mens & Machine
Marktwerking in de zorg
Bedrijven
Akties

Werkplaats Biopolitiek

Over Werkplaats Biopolitiek

Verder lezen

Kalender
BioBrief, oude uitgaven
Biotechnologie archief NoGen
Helix publicaties
Recensies
Links

Discussie

Mail ons

Archieven

01 Jan - 31 Dec 2005

Colofon

Werkplaats Biopolitiek
Burgtstraat 3
6701 DA Wageningen
tel.: 0317 - 423588
fax: 0317 - 450144
info(at)biopolitiek.nl

De inkomsten van de werkplaats bestaan voornamelijk uit giften. Wij kunnen uw steun erg goed gebruiken. Giften kunt u storten op:
giro: 1729278
van NoGen in Wageningen.

Aftrekbaar van de belasting zijn giften aan de stichting Diskussie over Biotechnologie (stg DOB), de rechtsvorm waar Werkplaats Biopolitiek onder valt. Het gironummer van stg DOB, eveneens in Wageningen, is 3087127.

Werkplaats Biopolitiek is een onderdeel van het Politiek Infocentrum Wageningen. Andere groepen die er werkzaam zijn zijn: het inheemse volkeren archief 'de Ekster en de Olifant', 'illegalen' ondersteuning en opvang 'Vluchtelingen Onder Dak', Biotechnologie archief NoGen en 'Werkgroep Xenotransplantatie Vraagstukken'.
Wilt u eens komen kijken, mail of bel even voor een afspraak.

Maillijst: nieuws(at)biopolitiek.nl

10 02 05 3196 W INLEIDING

De dokter heeft als anticonceptiemiddel zes hormoonstaafjes aangebracht onder de huid van je arm. En nu hoef je er verder niet meer op te letten, want ze werken wel 5 jaar. Maar je hebt telkens buikpijn. En ernstige bloedingen. Zal het aan de staafjes liggen? Vast. De dokter weigert ze eruit te halen, je hebt immers toegestemd mee te werken aan het experiment. Je pakt een mes en begint die rotdingen uit je arm te snijden (India).

Of een ander verhaal: Je stond in de rij bij het gezondheidscentrum voor een tetanus-injectie. "Het is een gewone prik, net als we anders wel eens toedienen, het is goed voor je" zeiden ze. Er staat een lange rij en de vrouwen schuiven ťťn voor ťťn door naar de verpleeg≠ster die de injecties toedient. Sinds die dag werd je niet meer zwanger. Je wilt graag nog een kind, maar het lukt niet. Een aantal andere vrouwen die net als jij op die dag ook een injectie kregen, zijn sindsdien niet meer zwan≠ger geworden (Filipijnen).

Of: De predictortest laat zien dat je zwan≠ger bent. Je bent blij, maar wilt het voorlopig nog aan niemand vertellen. Je moet wachten. Wachten tot je een vruchtwaterpunctie kunt laten doen. Dat duurt nog weken. En dan?

Stel dat ze een 'afwijking' zien, een handicap of ziekte? Abortus wellicht, of heel misschien toch niet. Mag je je eigenlijk al wel zwanger voelen? Of kun je daar maar beter mee wachten tot je de uitslag van de vruchtwaterpunctie te horen krijgt? Vertel in ieder geval tot de vijfde maand nog maar aan niemand dat je zwanger bent; stel dat het toch wegge≠haald moet worden (Nederland).

Deze brochure gaat over de veronderstelling dat op aarde te veel mensen zouden leven. Er zouden minder mensen geboren moe≠ten worden. En de baby's die nog wel geboren worden, behoren van een zoge≠naam≠de 'goede kwaliteit' te zijn. Op basis van deze mening wordt concreet beleid gevoerd; er worden geboortenbeperkingsprogramma's in praktijk gebracht, waarbij miljoenen vrouwen voor langere tijd - of zelfs permanent - onvruchtbaar worden gemaakt. Dit beleid is vooral gericht tegen vrouwen in het Zuiden ('Derde Wereld'), vrouwen van kleur, en vrouwen uit de lagere economische klassen. Bevolkingspolitiek in het Noorden (rijke landen), bestaat uit vergaande controle op de ongeboren vrucht om de 'kwaliteit≠' van de foetus te onderzoeken: prenatale diagnostiek, genenonderzoek, embryo-onderzoek. Wan≠neer er een 'afwijking' wordt gediagnostiseerd, raadt de gynaecoloog veelal een abortus aan.

Hoe kan dit gedach≠tengoed en beleid de laatste decennia zo sterk aanwezig zijn? Wat is de geschiedenis en achtergrond hiervan? Jarenlang is er een sterke bevolkingspolitieke lobby gevoerd om haar ideologie en praktijk - in Noord en Zuid op verschillende manieren - gestalte te geven. In deze brochure zal een historisch overzicht gegeven worden van deze lobby, welke bestaat uit een internationaal netwerk van invloedrijke personen uit organisaties ( o.a. VN-afdelingen) en bedrijven.

'Overbevolking'
De term 'overbevolking' is een passepartout-begrip waarmee men vermeende of feitelijke misstanden benoemt. Het gaat hier om misstanden die ook anders gedefinieerd kunnen worden. Bijvoor≠beeld werkloosheid, honger, vlucht, concurrentie om hulpbronnen, waterschaarste of woningnood. Deze misstanden worden in de overbevolkingsideologie niet verwoord als gevolgen van soci≠aal-politieke machtsver≠houdingen, maar als natuurgegevens. Op deze manier worden de machtsverhoudingen gelegitimeerd en de armen, gehan≠dicapten, werklozen, vluchtelingen en daklozen geproblematiseerd. Het begrip 'overbevolking' geeft altijd aan dat be≠paalde bevolkingsgroepen als 'overtollig' beschouwd worden.
In de eerste drie Helix-uitgaven is al naar voren gekomen dat we een brede definitie van bevolkingspolitiek han≠teren: het gaat dus niet alleen over sterilisaties en vruchtwaterpuncties. Het begrip staat voor een politiek die zich legitimeert met de 'overbevolkingsideologie'.

De term 'overbevolking' roept een gevoel van angst op voor een veronderstelde op komst zijnde ramp, het appelleert aan beelden als die van een naderende sprinkhanenplaag. Dagelijks worden we met allerlei varianten van dit ideologische concept geconfron≠teerd: de 'vluchtelingenstroom', de 'bevolkingsexplosie', de 'massa's frauderende werklozen', de 'oprukkende islamieten'. De overbevolkingsideologie gaat hand in hand met racisme, met het stigmatiseren van bevolkingsgroepen als 'vreemdelingen' of 'onmaatschappelijken'. Kort gezegd, wil men met deze ideologie de opvatting populariseren dat de 'welvarende, meestal witte, beschaafde' burgers worden bedreigd door 'anderen'. Helaas is deze ideologie succesvol. Veel mensen geloven inderdaad dat 'Nederland vol is', dat er teveel mensen op de wereld zijn, dat er teveel werklozen zijn en dat we iets tegen de 'islamisering' van 'onze' samenleving moeten doen.

Er zouden 'teveel' mensen zijn. Hierbij heeft men meer of minder direct genoemde bevolkingsgroepen voor ogen die er 'eigenlijk niet hadden mogen zijn' en men stelt in feite het bestaansrecht van deze bevolkingsgroepen ter discussie. Dit standpunt vormt een reŽle bedreiging voor de men≠sen die in Zuid en Noord tot 'overtollig' worden bestempeld. En dat merken we: de oorlog tegen de armen en de zogenaamde 'onproduktieven' neemt wereldwijd in heftigheid toe; niet alleen in het Zuiden, maar ook hier in Nederland. Hierbij denken we aan de sociale aanval op WAO-ers, werklozen en anderen die van een minimum inkomen moeten rondkomen. Ook duiden we op de ontwikkelingen in de bio-ethiek; de discussies over het legaliseren van moord op demente bejaarden en wilsonbekwame gehandicapten onder de noemer 'euthanasie'. Een analyse van deze ontwikkelingen moet gekoppeld worden aan het beleid dat sinds eind jaren 70, gericht is op het verslechteren van de levensomstandigheden van deze groepen mensen. De bioethiek staat niet op zich, maar wordt ontwikkeld in een maatschappelijke context. Een context waarin de overheid sinds eind jaren 70 bezuinigingen doorvoert op zorginstellingen. Hierdoor staan mensen enerzijds jarenlang op wachtlijsten en anderzijds kan het personeel de instellingsbewoners nauwelijks meer bieden dan een bed en eten. Intussen leggen de verzekeringsmaatschappijen onbetaalbaar hoge premies op aan mensen met een ziekte of handicap. Daarnaast zijn het nog steeds voornamelijk vrouwen die - in hun eentje - voor de kinderen zorgen. In deze context van bezuinigingen en het verworden van sociaal-economische problemen tot een individueel te dragen risico, plaatsen wij de bioethiek, de 'euthanasie'≠discussie, het prenataal screenen van ongeborenen op handicaps en het wel of niet hebben van zelfbeschik≠kingsrecht.

Nuttigheidsdenken
Of je gewenst bent in de mondiale samenleving - gezien vanuit de elites - hangt af van je sociaal, politiek en economisch nut. Met andere woorden, of je wel of niet gezien wordt als 'overbevolking' is afhankelijk van de waarde van je arbeidskracht, zowel in de sfeer van de productie, als in die van de reproductie.

Met productie wordt bedoeld: alles dat geproduceerd wordt (goederen en diensten) om op de markt te ruilen tegen geld, waarbij het uiteindelijke doel is winst te maken. Onder de Reproductie valt alle arbeid waarmee de productie telkens weer opnieuw mogelijk wordt. Reproductiearbeid bestaat zowel uit betaald, als onbetaald werk: lesgeven op scholen, politie, huishoudelijke arbeid, het krijgen en opvoeden van kinderen ...

Sinds ongeveer 1500 leven we in West Europa in een kapitalistische samenleving. In het kapitalisme is het streven naar winst dť motor van ontwikkeling. De hele maatschappij werd en wordt daarom stap voor stap in de loop van enkele eeuwen, steeds omvattender ingericht volgens dit proces. Winst is het doel van de produktie. En de belangrijkste wet is dat die winst telkens opnieuw gemaakt moet worden en daarbij ook nog eens steeds opnieuw, in percentages, groter moet zijn. Dit noemt men econo≠mische groei.

Je kunt ook zeggen dat ondernemers, banken en overheden zich voortdurend het hoofd breken over nieuw aan te boren terreinen waar winst gemaakt kan worden. Terreinen waar gezocht wordt naar arbeidskracht en natuur welke gebruikt kunnen worden ten bate van commerciŽle exploitatie. De kapitaalverhoudingen zijn hierdoor altijd een uitdrukking van sociale relaties, waarbinnen een strijd geleverd wordt rondom het zelfbeschikkingsrecht van de mensen. Immers, kapitaalbezitters willen de arbeids≠kracht zo goedkoop mogelijk tot hun beschikking hebben. Ook is het niet van belang of de omgeving vervuild raakt met giftige stoffen.

Wanneer 'van onderop' naar het proces van economische groei wordt gekeken, wordt duidelijk dat kapitalistische ontwikkeling een zeer gewelddadig en vernietigend proces is. De sociale realiteit van vandaag bestaat uit een confrontatie tussen vernieuwingsbelangen van kapitaal≠bezitters enerzijds en sociaal verzet anderzijds. De uitkomst van deze strijd staat nooit van te voren vast en hangt af van de gegeven situatie.

De huidige situatie kenmerkt zich door het steeds verder bin≠nendringen van het kapitaal in de reproductiesfeer. Werkelijk alles wil men commercialiseren, want waar moeten anders de telkens grotere winsten nog vandaan komen? In ieder geval niet alleen via het werk binnen de productiesfeer.

In het Noorden is bijna ons hele dagelijks leven al verkapitaliseerd: van vrijetijdsbesteding tot delen van de gezondheidszorg, van sexualiteit (verwoest door pornografie) tot 'een goed gesprek' (bij de kostbare NewAge therapeut). Zo valt bijvoor≠beeld ook het verdwijnen van het oorspronkelijke Nederlandse omroepbestel te verklaren. Of een ander voorbeeld: vrouwen met opgroeiende kinderen boven de 5 jaar worden verplicht buitenshuis te werken (steeds vaker voor het minimumloon), terwijl tegelijkertijd buitenschoolse opvang betaald moet worden door de ouders.

Eveneens de ontwikkelingen op het gebied van gentechnologie en nieuwe voortplantingstechnieken zijn middels bovenstaande analyse te begrijpen. Vruchtbaarheid en geboorte zijn bij uitstek privťzaken, ondergebracht in de reproductiesfeer. Ze zijn vervolgens a.h.w. 'ontdekt' door kapitaalbezitters op hun speurtochten naar winst.

Vercommercialisering en verkapitalisering zijn synoniemen van elkaar. Maar niet alleen dat; het zijn ook synoniemen van het begrip 'uitsluiting'. Des te meer terreinen in het leven commercieel gemaakt worden, des te meer mensen worden van deze terreinen uitgesloten, omdat ze geen geld hebben. De mensen met geld zijn economisch nuttig als koop≠krachtige groep en tegelijkertijd vaak ook als arbeidskracht. De mensen zonder geld - mondiaal gezien veruit de grootste groep - zijn ůf nog bruik≠baar vanwege hun arbeidskracht, Úf worden beschouwd als 'overbevolking'. In feite vormen zij een constante en reŽle bedreiging voor kapitaalbezitters, omdat zij voortdurend de strijd aangaan om hun rechten op te eisen. Dit wordt uiteraard niet vaak zo scherp gesteld, maar is herkenbaar in de vertogen bijvoorbeeld over milieuvernietiging, zogenaamd veroorzaakt door de groei van de wereldbevolking (een stelling die in het artikel van Heide Mertens in deze brochure wordt ontkracht). Maar de zojuist genoemde uitsluitingsanalyse verklaart wŤl waarom het precies de armen en de gehandicapten zijn die de stempels 'overbevolking' en 'onwaardig leven' dragen. Het verklaart waarom juist hun levensomstandigheden de laatste decennia (in Noord en Zuid) drastisch verslechteren. Het maakt ook duidelijk waarom neo-Malthusiaanse ideeŽn(1) opbloeien op een moment dat de bevolking in het Zuiden massaal, bijna gratis, produceert voor de wereldmarkt, waar de prijzen bepaald worden vanuit ongelijke ruilposities. Als overlevingsstrategie trekken mensen naar plaatsen waar zij hopen loonarbeid te vinden. Stedelijke armoedezones groeien, en tevens de stroom migranten/vluchtelingen van wie een klein deel naar het Noorden trekt. Als reactie probeert het Noorden haar grenzen voor deze mensen te sluiten, zodat alleen kapitaal en goedkope grondstoffen, agrarische en industriŽle produkten uit het Zuiden toegelaten worden. Maar toch lukt het veel mensen, ondanks de marechaussee en politie, West Europa of de V.S. binnen te komen. Wanneer zij een illegaal bestaan in de industrielanden verkiezen boven terugkeer naar eigen land, zegt dat genoeg over de situatie in hun thuisland.

We hebben een link gelegd tussen bevolkingspolitiek en kapitalistische ontwikkeling. Een link die in de Helix-teksten een centrale plaats in neemt. Vanuit deze visie op mondiale tendensen hebben we gewerkt aan de vierdelige brochurereeks over bevolkingspolitiek. In de 3 voorgaande delen werd achtereenvolgens aandacht werd besteed aan de thema's: eugenetica, jodenvervolging, 'euthanasie' tijdens en na het nationaalsocialisme, het aborteren van foetussen met een handicap of ziekte, migratie en de situatie van vluchtelingen. We hebben geprobeerd deze onderwerpen vanuit een historisch en radikaal-links per≠spectief aan de orde te stellen en dat zullen we ook in dit deel over geboorte en vruchtbaarheidsregulering weer doen.

Artikelen-indeling
De inhoud van deze brochure bestaat uit een aantal, uit het Duits vertaalde artikelen. De twee eerste artikelen zijn van Ute Sprenger. Zij is journaliste en sociologe in Berlijn en werkt al jaren in vrouwenorganisaties aan het thema bevolkingspolitiek. In Quinacrine - Chemische sterilisatie in Vietnam en Moderne geboortencontrole wordt informatie gegeven over (onder≠zoek naar) de moderne anticonceptiva: het sterilisatiemiddel Quinacrine, het hormoonimplantaat Norplant en het vaccin tegen zwangerschap. Er is gekozen voor deze bijdragen Sprenger als illustratie voor concreet gevoerd beleid. De oorspronkelijke tekst van "Moderne geboortencontrole" is ingekort vanwege een overlapping met een ander artikel dat in deze brochure is opgenomen.

De volgende twee artikelen - die het zwaartepunt van deze brochure vormen - zijn beide van de hand van Susanne Heim en Ulrike Schaz. Zij geven een historische overzicht van de internationale bevolkingspolitieke organisaties, instellingen en lobby's in VS en VN: De vrijheid van vruchtbaarheidsbestrijding. Beide artikelen bestrijken de periode vanaf de jaren 40 tot en met 1994 toen in CaÔro de laatste VN-Wereldbevolkingsconferentie plaatsvond. Heim en Schaz hebben in de Verenigde Staten onderzoek verricht naar de instellingen die zich met bevolkingspolitiek bezig houden. Zij heben de veranderingen in beleid en strategie bestudeerd en maken inzichtelijk hoe de lobbygroepen voor bevolkingspolitiek in Derde Wereldlanden, erin geslaagd zijn, in een tijdsbestek van 30 jaar, het idee van 'overbevolking' te introduceren. Dit is een proces geweest waarbij een voortdurende wisselwerking plaatsvond tussen en binnen de verschillende groepen, d.w.z. de bevolkingspolitici, de vrouwenbeweging en de mensen die doelwit zijn van de familyplanningsprogramma's. Enerzijds ontwikkelden de bevolkingpolitieke instellingen als de Population Council en de AID, met behulp van particuliere fondsen als het Ford Foundation of de Rockefeller Foundation, doelstellingen en beleid. Anderzijds werden zij geconfronteerd met het gedrag van de bevolking in India en Pakistan die weigerde de gezinsplanning toe te passen. Als reaktie hierop werd het beleid opnieuw aangepast. Vervolgens kwam de regering van Indira Ghandi ten val door het verzet tegen dit veranderde beleid dat o.a. bestond uit gedwongen sterilisaties.

In het tweede artikel Feminisering of Facelifting? wordt het feministische debat over bevolkingspolitiek behandeld. Dit unieke en gedegen overzicht analyseert de rol van (het gekonkel binnen) de vrouwenbeweging bij het tot stand komen van de huidige bevolkingspolitieke situatie. In deze situatie is het namelijk zo dat feministische vrouwen zitting hebben genomen in bevolkingspolitieke instellingen, terwijl de uitvoering van het gewelddadige beleid (zie de artikelen van Ute Sprenger) onverminderd doorgaat. Het beleid kreeg een zogenaamd feministisch jasje, maar de doelstellingen en de achterliggende ideologie en drijfveren veranderden niet. Een deel van de vrouwenbeweging is hierin meegegaan; vooral vrouwengroepen die de witte midden- en hogere klassen vertegenwoordigen.

De laatste bijdrage, Vrouwen, Natuur en Vruchtbaarheid van Heide Mertens, gaat in op de discussie over milieuvervuiling en bevolkingsgroei. Deze twee zaken worden vaak in ťťn adem genoemd waarbij tevens een oorzakelijk verband wordt gesuggereerd. Mertens ontrafelt dit debat en stelt dat niet de bevolkingsomvang bepalend is voor de toestand van het milieu, en ook niet de technologische (on)mogelijkheden, maar de manier waarop er geproduceerd wordt, veelal voor de wereldmarkt. Voorafgaand aan Mertens' uiteenzetting is door Helix een korte inleiding geschreven waarin met name het begrip "natuur" gedefinieerd wordt.

Nederland
De analyse van de vrouwenbeweging in het artikel van Heim en Schaz is ook van belang voor een goed begrip van de hedendaagse Nederlandse situatie. In 1995 gingen linkse feministische vrouwen als vertegenwoordigsters van NGO's naar de officiŽle VN-Wereldvrouwenconferentie, zij aan zij met minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking en minister Melkert van Sociale Zaken. De wereld op z'n kop, of is Nederland zo'n progressief land? Hoe≠wel het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking onder aanvoering van Pronk inderdaad een progressief image heeft, en door een rechtse partij als de VVD bekritiseerd wordt, past haar beleid geheel in de neoliberale lijn, waaraan ook sociaaldemokraten zich hebben aangepast. In dit beleid wordt zowel de politiek van het IMF en de Wereldbank, als die van organisaties als de UNFPA en de WHO ondersteund.

De visie van waaruit het ministerie van Ontwikkelingswerk werkt, wordt in haar jaarverslag van 1996 (2) als volgt verwoord: "Zwakke staatsstrukturen, intrastatelijke conflicten, bevolkingsgroei en milieudegradatie vormen steeds vaker oorzaak en gevolg van armoede en menselijke leed" (pagina 14). Opnieuw wordt bevolkingsgroei - en daarmee de vruchtbaarheid van vrouwen - geproblematiseerd en niet de onontkoombare druk die op het Zuiden wordt gelegd om hun economieŽn, ten koste van de bevolking, af te stemmen op de economische en militaire belangen van rijke landen.

De UNFPA (dit is het VN-Bevolkingsfonds; haar voornaamste doel is een afname van de bevolkingsgroei) ontving in 1996 f. 83,50 miljoen van het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, ruim 13 miljoen meer dan in 1995, terwijl de bijdragen van andere donoren verminderd was (jaarverslag, pag. 213). De Nederlandse bijdrage aan de WHO (VN-Wereldgezondheidsorganisatie, welke een belangrijke rol speelt in bevolkingspolitiek) bestond in 1996 uit US$ 6,4 miljoen verplichte contributie en f. 30 miljoen vrijwillige donatie. Nederland is ťťn van de belangrijkste donoren van de WHO (pag. 221). Aan het IMF (Internationaal Monetair Fonds) is f. 23,50 betaald. Wat betreft de ondersteuning aan de Wereldbank schrijft men in het jaarverslag: "De cofinanciering tussen Nederland en de Wereldbank met bilaterale hulpgelden bedroeg in 1996 f. 381 mln. voor ongeveer 60 aktiviteiten in 28 landen of regio's. In het merendeel van de gevallen was sprake van joint cofinanciering, waarbij de Wereldbank de leiding heeft. (...) Nederland kiest voor deze cofinanciering omdat dan aangesloten kan worden bij de condities van de Wereldbank" (pag. 225). Met deze condities doelt men op de voorwaarden die aan een land gesteld worden bij het geven van financiŽle steun. Zo zijn landen verplicht te bezuinigen op de gezondheidszorg, het onderwijs en de voedselsubsidies om hun economie af te stemmen op de internationale markteconomie. Ook worden er milieueisen gesteld; bijvoorbeeld een quotum voor het te kappen regenwoud (terwijl er m.n. gekapt wordt door de armste boeren die land nodig hebben om te overleven, of door multinationals als Mc Donnalds, of voor de export van hardhout naar de rijke landen). De financiŽle condities, die omschreven zijn in een "Struktureel aanpassings Programma", betekenen vooral voor de allerarmsten een verslechtering van de levensomstandigheden.

Conclusie
Ondanks de verontrustende conclusie dat de lobby voor bevolkingspolitiek - in enkele decennia - zeer sterk is geworden, kunnen we uit de historische beschrijving van Susanne Heim en Ulrike Schaz ook opmaken dat het leven nooit geheel bepaald kan worden door programma's, beleid, maatregelen en projecten die van bovenaf opgelegd worden: het gaat om de wisselwerking tussen dit beleid, onze reacties en de reacties van anderen. De uitkomst van de geschiedenis staat immers niet van te voren vast en tenslotte is "de mens de enige en soevereine meester over zijn lot, mits hij dat wil zijn; (...) en daarin zit hem het opti≠misme" (3).

Helix, werkgroep tegen bevolkingspolitiek

Noten:
1. Malthus publiceerde in 1798 het boek "Essay on the Principle of Population - as it effects the future omprovement of society". Hierin legde hij de oorzaak van armoede bij de bevolkingsgroei. Volgens zijn theorie zou de bevolkingsomvang 'natuurlijkerwijs' veel sneller stijgen dan de groei van de voedselproductie. Hij schreef deze theorie precies in de tijd dat in Engeland massale armoede was ontstaan vanwege de industriŽle revolutie. Nog tijdens zijn leven is zijn stelling wetenschappelijk omver gehaald. Maar na zijn dood is zijn werk vaak weer aangehaald ter legitimatie van de strijd tegen de armen (zie ook He≠lix-brochu≠re deel 2). De Malthusiaanse ideeŽn kun je in Nederland niet specifiek toeschrijven aan linkse of rechtse groeperingen. Van extreem-rechts tot radicaallinks wordt dit gedachtengoed geuit. In september 1996 bijvoorbeeld verkondigde Wim Kok het nog in een toespraak voor de universiteit van Wagenin≠gen.
2. Jaarverslag Ontwikkelingssamenwerking '96, het Nederlandse beleid: feiten en achtergronden, Den Haag, ISBN 90-5328-133-9
3. Simone de Beauvoir, Oog om Oog - Essays -, Goossens 1989, pag. 28.