Genomics
Nanotechnologie
Voortplantingstechnologie
Transplantatie
Biomateriaal
Bio-ethiek
Genetische verbeteringstechnologie
Euthanasie
'Over'bevolking
Biologisch determinisme
Mens & Machine
Marktwerking in de zorg
Bedrijven
Akties
Kalender
BioBrief, oude uitgaven
Biotechnologie archief NoGen
Helix publicaties
Recensies
Links
01 Jan - 31 Dec 2011
01 Jan - 31 Dec 2007
01 Jan - 31 Dec 2006
01 Jan - 31 Dec 2005
01 Jan - 31 Dec 2004
01 Jan - 31 Dec 2003
01 Jan - 31 Dec 2002
01 Jan - 31 Dec 2001
01 Jan - 31 Dec 2000
01 Jan - 31 Dec 1999
01 Jan - 31 Dec 1998
01 Jan - 31 Dec 1997
01 Jan - 31 Dec 1996
01 Jan - 31 Dec 1995
01 Jan - 31 Dec 1994
Werkplaats Biopolitiek
Burgtstraat 3
6701 DA Wageningen
tel.: 0317 - 423588
fax: 0317 - 450144
info(at)biopolitiek.nl
De inkomsten van de werkplaats bestaan voornamelijk uit giften. Wij kunnen uw steun erg goed gebruiken. Giften kunt u storten op:
giro: 1729278
van NoGen in Wageningen.
Aftrekbaar van de belasting zijn giften aan de stichting Diskussie over Biotechnologie (stg DOB), de rechtsvorm waar Werkplaats Biopolitiek onder valt. Het gironummer van stg DOB, eveneens in Wageningen, is 3087127.
Werkplaats Biopolitiek is een onderdeel van het Politiek Infocentrum Wageningen. Andere groepen die er werkzaam zijn zijn: het inheemse volkeren archief 'de Ekster en de Olifant', 'illegalen' ondersteuning en opvang 'Vluchtelingen Onder Dak', Biotechnologie archief NoGen en 'Werkgroep Xenotransplantatie Vraagstukken'.
Wilt u eens komen kijken, mail of bel even voor een afspraak.
Maillijst: nieuws(at)biopolitiek.nl
Zoals met het beoordelen van medische handelingen vaker gebeurt
wordt ook naar euthanasie met bepaalde oogkleppen gekeken. Er wordt
vooral gesproken over de voor en nadelen van een wetgeving waarin
euthanasie niet strafbaar is voor de uitvoerder ervan. Een tweede vaak
ter sprake komend onderwerp is het recht op, of het geen recht hebben
op, autonomie van de patient. Schrijnende situaties van lijdende mensen
die niet meer in staat zijn zelf een einde aan hun leven te maken
worden uitvoerig beschreven. De tragedie waar mensen in kunnen en
zullen verkeren wordt door de media niet ontkend, en het lijkt alsof
liberalisering van euthanasie noodzakelijk is. Toch lees je af en toe
in kranten over een geval waar euthanasie misschien niet helemaal
verantwoord was.
Wanneer we deze individuele situaties beschouwen en
proberen te bedenken wat nu een goede, zorgvuldige manier van handelen
zou zijn, komen we snel tot de conclusie dat principes als
zelfbeschikking en autonomie zeer belangrijk zijn.
Dwang tot productiviteit werkt normerend
In
een samenleving gericht op economische groei is productiviteit
belangrijk, hierdoor zijn niet productieve mensen minder belangrijk.
Dit uit zich op allerlei terreinen. Gezonde jonge mensen met een
opleiding kunnen gemakkelijk aan een baan komen. Zij zijn gewild omdat
ze nog sterk zijn, een grote kans hebben nog een groot aantal jaren mee
te kunnen, en de energie hebben om veel te produceren. Iemand met een
handicap kan veel minder gemakkelijk aan een baan komen, hij of zij
wordt immers gezien als minder productief. Vraag en aanbod is de regel,
bij een groot aanbod aan gezonde, productieve mensen zullen deze altijd
verkozen worden boven minder productief lijkende, duurdere
gehandicapten. Dat de gehandicaptenbeweging juist zegt dat
gehandicapten niet minder productief zijn en heel gemotiveerd zijn om
te werken doet blijkbaar niet ter zake.
Bovendien moet een bedrijf
vaak allerlei aanpassingen laten verrichten om werk voor een
gehandicapte mogelijk te maken. De pijnlijke situatie doet zich voor
dat de overheid allerlei subsidie regelingen moet treffen om het voor
een bedrijf aantrekkelijk te maken gehandicapte mensen aan te nemen.
Niet echt een uitting van waardering naar gehandicapten toe, lijkt me.
De
manier waarop wordt omgegaan met ‘werklozen’ is een tweede voorbeeld
van de verschillende waardering van productieven en niet-productieven.
Werklozen worden voortdurend achter hun broek gezeten om zo snel
mogelijk te gaan werken, dat wil zeggen werken volgens een door de
kapitalistische groeieconomie opgelegde norm. Niet vergeten moet worden
dat werklozen vaak zeer actief zijn met allerlei, weliswaar onbetaalde,
maar zeer nuttige zaken. Er wordt vaak gezegd, ook door ‘werkenden’,
dat zonder de inzet van werklozen de hele samenleving in elkaar zou
storten. Toch krijgen ‘werklozen’ veel minder geld (wat op zich
voldoende zou moeten zijn, maar dan voor iedereen op de wereld) dan de
gemiddelde Nederlander en worden ze bovendien gedwongen te stoppen met
hun activiteiten, wat deze ook mogen zijn, en zich aan te sluiten bij
het ‘geaccepteerde’ arbeidsleger.
Een derde groep zijn tenslotte de
ouderen die rond moeten zien te komen van een AOW inkomen (ook
voldoende, maar dan ook voor iedereen). Mensen die gedurende hun leven
een pensioen hebben weten op te bouwen zijn iets tot een stuk beter af.
Ook hier geldt vooral dat niet-productieve mensen minder geld krijgen.
Het
moge duidelijk zijn dat dit alles een behoorlijke invloed heeft op de
normen en waarden van veel mensen. Omdat de markteconomie meer waarde
hecht aan productieve mensen zouden ook mensen meer waarde kunnen gaan
hechten aan productieve mensen. Een bijkomend probleem is dat het
huidige marktstelsel gebaseerd is op concurentie. Dit sterk
competitieve element bevordert niet echt een samenleving waarin mensen
om elkaar geven, samen oplossingen voor problemen zoeken,
bestaansmiddelen met elkaar delen, enz. De fictieve scheiding tussen
prive en werk drijft mensen vaak uit elkaar. Hoe kan iemand op het werk
een aggresieve reclamecampagne ontwikkelen voor een product dat niet
beter is dan een ander en vervolgens thuis gewoon doen alsof er niets
aan de hand is, alsof die reclame campagne geen invloed op mensen zal
hebben? Op het werk zitten mensen elkaar te belazeren en af te persen,
prive is alles zoete koek.
Normen in de gezondheidszorg
Effecten
van de normen die gestimuleerd worden door productiviteit zijn onder
andere goed zichtbaar in de gezondheidszorg. Voor het aanbieden van
zorg in de vorm van spektaculaire medische technologieën wordt
ontzettend veel geld uitgegeven, terwijl er bijvoorbeeld een groot
gebrek is aan goede zorg voor ouderen. Het imago van de zorg is tijdens
de 15 jaar bezuinigingen zo slecht geworden dat er amper mensen voor te
krijgen zijn.
Dit is niet toevallig. Voor de economie is het veel
gunstiger jonge mensen met gebreken op te lappen zodat ze weer aan het
werk kunnen dan geld te stoppen in ouderen die toch niets meer te
bieden hebben. Bovendien willen de meeste mensen graag opgelapt worden
om weer aan het werk te kunnen. De meeste mensen willen nog steeds
voorkomen dat ze tot de categorie werklozen gaan behoren, met de
negatieve normen en waarden die daar aan vast hangen.
Wellicht een
andere reden voor deze discrepantie is dat jongere mensen een grotere
rol spelen in de economische verhoudingen binnen de gezondheidszorg en
medische technologische sector dan oudere mensen die al gestopt zijn
met werken. Jongere mensen (jonger dan 60) met goede banen kunnen
bijvoorbeeld veel geld schenken aan fondsen voor de ontwikkeling van
medische technologieen. Bovendien kunnen zij hun geld beleggen in
farmaceutische bedrijven die technologieen of medicijnen ontwikkelen
waar zij belang bij hebben. Mede hierom hoeven wij ons niet te
verwonderen over de beloften die voortdurend gedaan worden door de
farmaceutische industrie en de onderzoekswereld. Deze beloften hoeven
niet eens waargemaakt te worden, als er maar beleggers en financiers
getrokken worden. Het is niets anders dan gewone reclame. Ouderen
spelen hierin simpelweg een veel minder belangrijke rol (uitzonderingen
daargelaten).
Een belangrijke factor in het ontwikkelen van
spektakulaire medische technologieën in plaats van basis zorg is
natuurlijk de nieuwsgierige geesten van de onderzoekersters zelf,
spektakel is interessant en levert status op. Gulle gevers kunnen van
deze status meegenieten. De vakgroepen waar onderzoekers bij
aangesloten zijn hoeven nauwelijks moeite te doen om aan te tonen dat
hun onderzoek maatschappelijk relevant is. Een korte beschrijving van
de mogelijke toepassingen die in de toekomst uit het onderzoek zouden
kunnen voortvloeien is voldoende bewijs van belang om geld los te
krijgen, samen met de naam, status die de vakgroep in de jaren heeft
opgebouwd. Over alternatieve manieren om hetzelfde geld uit te geven
hoeven ze zich al evenmin druk te maken, dat is immers niet hun zaak
maar een politieke aangelegenheid. Logischerwijs resulteert onderzoek
naar spectaculaire technologie ook in het praktisch toepasbaar maken en
ingezet worden van spektaculaire technologie.
Het oplappen van
jongeren en de nieuwsgierigheid van onderzoekersters zijn echter niet
de enige twee bepalende factoren, een afzetmarkt blijft essentieel. De
laatste jaren wordt er veel geld gestopt in onderzoek naar ziektes als
Alzheimer en Parkinson’s, beide ouderdoms ziekten. Toch staat het
onderzoek naar deze ouderdoms ziekten tegenover de verzorging die
ouderen behoeven. Bedrijven kunnen namelijk meer verdienen met een
medicijn, dan aan het inzetten van mensen voor zorgtaken. Althans,
meestal. In Amerika zijn er in verschillende staten Sun-centers
gebouwd, complete woon, winkel en recreatie centra voor ouderen met een
flinke zak geld. Hier hoeft een oudere niet in zijn of haar eentje weg
te kwijnen, maar zijn er volop mogelijkheden anderen te ontmoeten,
verzorging te krijgen, etc. Alles is ingericht op ouderen. Helaas
zullen bedrijven een dergelijke verzorging nooit voor iedereen, ook de
wat armere mensen, ter beschikking stellen. Kapitalistische motieven
zullen dus nauwelijks resulteren in een verbetering in de zorg voor de
gehele verzameling ouderen en andere groepen mensen.
Veranderend mensbeeld
Hierboven
zagen we hoe de norm van productiviteit kan zorgen voor een mindere
waardering van zieke en afwijkende mensen. Niemand wil graag ziek zijn,
het is eenvoudig niet prettig. Naast de wens af te komen van het
onprettige gevoel van ziek zijn, speelt ook de norm niet ziek te zijn
een rol. Ziekte wordt vaak gezien als een tijdelijke onderbreking van
het ‘normale’ leven waarna weer verder gegaan moet worden met de
dagelijkse dingen zoals werk. Een ziekte is vaak ook iets waar je zelf
niet zoveel mee hoeft, er is een gespecialiseerde professie die de
oplossing wel of niet in een kastje heeft staan. Deze professie
legitimeert het ziek zijn. Een zieke heeft bijvoorbeeld slechts recht
op een ziektewet uitkering wanneer een bedrijfsarts heeft bevestigd dat
de persoon ook daadwerkelijk ziek is. Zonder officieel excuus van een
bedrijfsarts wordt iemens geacht te kunnen werken, of te solliciteren
in het geval de persoon nog geen werk heeft. Het begrip ziekte is
echter niet een vaststaand gegeven, maar onderhevig aan de normen,
waarden van mensen en samenleving. Wel heerst er een dominant beeld van
wat ziekte en gezondheid is, waarop regelgeving vanuit de overheid en
het beleid van instituten gericht zijn.
Een ouder wordend lichaam
zal onherroepelijk gebreken gaan vertonen. In deze situatie is het vaak
onduidelijk of een bepaald gebrek een ziekte is (genoemd mag worden) of
dat het een normaal verloop van het leven is. Artsen staan daarom vaak
voor moeilijke keuzes. Heeft het nog zin een zware operatie uit te
voeren op iemand die misschien nog enkele weken te leven heeft? Is het
nog nuttig iemand te behandelen voor het één terwijl er nog tien andere
gebreken zijn die ook niet zo gemakkelijk op te lossen zijn? In de
laatste fasen van het leven vervaagt het onderscheid tussen gezond en
ziek. De normen die gelden voor gezond en ziek in het geval van jongere
productieve mensen zijn niet meer van toepassing. Echter ze zijn niet
zomaar uit het hoofd te zetten, te vergeten. Waarom zouden de normen
die golden toen je jong was bij oudere leeftijd niet meer gelden? Zeker
voor jongere verwanten van een oudere die gebreken gaat vertonen is het
moeilijk de eigen normen en waarden opzij te zetten. Je ziet dan ook
wel dat familie 'het lijden' niet meer kan aanzien en over euthanasie
begint na te denken en te praten.
De norm van productiviteit creeert
problemen te vergelijken met het fictieve verschil tussen werk en
prive. In dit geval maakt het een verschil tussen hoe we tegen
gezondheid en ziekte aankijken wanneer we jong zijn en wanneer we oud
zijn. Voor jongere mensen, waaronder de behandelende artsen van de
ouderen, kan het moeilijk zijn in te leven in wat de ouderen willen.
Een
tweede effect van de norm van productiviteit is dat deze norm
meegesleept kan worden terwijl je ouder aan het worden bent. Zelfs als
je niet meer productief bent, in de vorm van een betaalde baan, kunnen
nog steeds de normen en waarden over gezondheid en ziekte blijven
hangen van toen je wel productief was. Hiemee bedoel ik niet dat je
tegelijk met het met pensioen gaan een nieuwe set normen en waarden ten
aanzien van ziekte en gezondheid moet aannemen. De meeste mensen zullen
nog vrij gezond zijn rond hun 60ste. Echter de leeftijd zal komen dat
er gebreken gaan ontstaan die niet allemaal meer te behandelen of
genezen zijn. Tegen die tijd kan je moeilijk nog van jezelf verwachten
dat je zo gezond en productief moet zijn als voorheen. Toch lijkt de
samenleving wel deze norm te handhaven. Tekenen die hierop duiden zijn
de geringe uitgaven aan zorg voor ouderen, lage betaling van
verzorgersters en het aanbieden van euthanasie. De huidige samenleving
maakt het moeilijk voor mensen om van de productiviteitsnorm af te
komen.
Het beeld van een maakbare mens is sterker dan het beeld
van een maakbare samenlevingVoor gehandicapte mensen ligt de situatie
iets anders. Ook hier geldt dat een handicap eigenlijk niet wordt
geaccepteerd in de maatschappij. In ieder geval, zo bleek hierboven,
worden gehandicapten niet hetzelfde gewaardeerd als gewone
(productieve) mensen. Onze samenleving is er op ingesteld handicaps zo
veel mogelijk te verhelpen, maar dan wel door de verandering vooral aan
te brengen in de gehandicapte persoon zelf. Natuurlijk proberen
gehandicapte mensen een comfortabele manier van leven voor zichzelf te
verwezenlijken. Het lijkt er echter soms op dat andere mensen,
bedrijven en instellingen zo weinig mogelijk last mogen hebben van
gehandicapten.
De insteek van het veranderen van de gehandicapte
persoon zelf heeft verstrekkende gevolgen. Het willen verhelpen van
handicaps leidt tot het willen voorkomen van handicaps. Prenatale
diagnostiek gecombineerd met selectieve abortus kan voorkomen dat een
scala aan gehandicapte mensen überhaupt op de wereld gezet worden. De
keuze een gehandicapt kind wel of niet geboren laten worden hangt niet
alleen af van de mate van ongerief waarmee het kind zou moeten leven.
Ook de wens van veel ouders een ‘normaal’ (productief) kind te willen
hebben leidt tot abortus. Gelukkig leeft er bij de meeste mensen nog
een gevoel van onbehagen bij deze instrumentele kijk op foetussen en
kinderen. Blijkbaar is de productiviteits norm nog niet zo sterk dat er
wetgeving is ontwikkeld om alle foetussen te controleren op handicap en
in het positieve geval te aborteren, dat zou ook absurd zijn omdat 95%
van de mensen met een handicap deze niet genetisch heeft gekregen, maar
bij de geboorte of later in het leven door ongelukken.
Wel zijn er
enquetes gehouden met verontrustende resultaten. In een studie vond ik
de volgende percentages mensen die een abortus zouden laten doen als de
foetus, in een test, een bepaalde handicap zou vertonen: in het geval
van taai slijmvlies ziekte 95% abortus in Frankrijk, 20% in Engeland en
Amerika; Hemofilie A 100% in Amerika, echter in Australie, Canada,
Engeland en Schotland rond de 40%; dwerggroei 97% in China, 65% in
voormalig Oost Duistland, 52% in West Duitsland, 39% in Spanje; hazelip
95,8% in Israel. Deze getallen laten zien dat er behoorlijke
verschillen zijn tussen hoe mensen in verschillende landen aankijken
tegen de verschillende handicaps. In Nederland is een hazelip misschien
niet zo’n ernstige aandoening terwijl in Israel 95,8% van de mensen hun
ongeboren kind met een hazelip zouden laten aborteren.
Het beeld van
een maakbare mens is sterker dan het beeld van een maakbare
samenleving. De samenleving ontwikkelt liever technieken om
gehandicapte foetussen op te sporen zodat ze voor de geboorte
geaborteerd kunnen worden dan dat de samenleving meer toegankelijk
gemaakt wordt voor gehandicapten. Zo ook worden er manieren bedacht om
netjes met ouderen om te gaan, zonder de samenleving ingrijpend te
veranderen. Er is te weinig geld om plaatsen te creeren waar ouderen
comfortabel de laatste jaren van hun leven kunnen doorbrengen, weinig
geld om ouderen normaal te kunnen verzorgen en lijken ouderen eerder
een last dan een waardevol onderdeel van de samenleving te zijn. Denk
bijvoorbeeld aan woordgebruik als ‘het probleem vergrijzing’. Wel is er
blijkbaar rede om moeite te doen om zoiets als euthanasie in de
wetgeving te implementeren en mag er in dit geval naar de 'wens' van de
oudere geluisterd worden.
You’re on your own
De
samenleving wordt steeds individualistischer, er wordt van mensen
verwacht dat ze hun eigen boontjes doppen. Bovendien stimuleert de
groei economie een competitieve houding van mensen naar elkaar toe. De
norm is dat iedereen vooral aan zichzelf denkt en ook nog denkt dat dit
goed is. Iets gratis voor een ander doen wordt al heel snel als
altruisme gezien, of zelfs als een bijzondere dienst. In ieder geval
hoeven we ons niet verantwoordelijk voor anderen te voelen, daar zijn
immers allerlei instituten voor in het leven geroepen. Zo is er een
sociale dienst, een ziekenhuis, brandweer, politie, justitie en voor de
belangrijke beslissingen een overheid.
De oorspronkelijke
bedoeling van de bovenstaande instituten is waarschijnlijk wel geweest
aan bepaalde behoeften van veel mensen zorgvuldig te voldoen. Echter
door de ontoegankelijkheid en starheid van deze instituten is er
nauwelijks ruimte voor mensen zich ermee te bemoeien. Inspraak in
beleid wordt vaak niet verwacht en tevens niet gewenst. De instituten
lijken hierdoor niet meer van en door de mensen zelf, maar meer
ingesteld voor de mensen. Zodoende zijn er niet veel mogelijkheden over
en is er niet veel noodzaak voor mensen zich te organiseren voor het
realiseren van essentiele behoeften. Eén van de belangrijkste veel
voorkomende gemeenschappelijke activiteiten is consumeren. Consumeren
is iets dat mensen zélf zullen moeten blijven doen. Consumeren is niet
te institutionaliseren, persoonlijke keuzevrijheid en initiatief is
noodzakelijk. Ook een gezellig samenzijn komt nog regelmatig voor.
Andere behoeften worden door de meeste mensen als een dienst ingekocht
van één van de daartoe bestaande instellingen. Minder gebruikelijk is
het diezelfde dienst van een bekende te vragen. Zieken zullen zich
eerder tot een ziekenhuis wenden dan tot een kennis. Dit komt
natuurlijk ook omdat dergelijke instellingen zich gespecialiseerd
hebben in het verlenen van de betreffende dienst. Aan de andere kant
wordt het verlenen van de betreffende dienst buiten de bestaande
instellingen zeer bemoeilijkt. Iets simpels als de noodzaklijkheid van
het hebben van een diploma forceert mensen een vaststaand traject van
studie en praktijk te doorlopen alvorens een bepaalde dienst te mogen
verlenen.
Naast de eis dat mensen gekwalificeert moeten zijn voor
het verlenen van veel diensten, zijn er ook economische hindernissen
voor het krijgen van zorg buiten een instelling. Als een oudere
bijvoorbeeld zorg nodig heeft zou zij een beroep kunnen doen op een
bekende in plaats van een instelling. Echter de indeling van
activiteiten in betaald en onbetaald werk maakt het mensen moeilijk
voor onbetaalde activiteiten te kiezen. Vaak zijn deze activiteiten
alleen mogelijk als er daarnaast andere betaalde activiteiten verricht
worden. Kort gezegd is het voor de meeste mensen moeilijk betaalde
activitetiten tijdelijk aan de kant te zetten voor onbetaalde
activiteiten zoals zorg. Bovendien is het gemakkelijker een dienst van
een instelling te vragen dan van een bekende. Met een instelling zal er
eerder een zakelijke relatie onstaan, er wordt immers betaald voor de
gevraagde hulp. Hulp van een bekende wordt eerder gezien als een
bijzondere gunst waar wat tegenover moet staan, zij het niet nu dan
later. Tegenwoordig kunnen sommige mensen een persoonsgebonden budget
krijgen, een voorbeeld waarbij mensen zelf naar wens zorg in kunnen
kopen, ook van vrienden en bekenden. Helaas blijft dit voorbeeld een
vrij economische benadering van een zorgvraag, en bovendien niet
beschikbaar voor mensen die ‘gewoon’ ouder worden.
Euthanasie
Wellicht
is het nu mogelijk beter te bepalen welke plaats euthanasie in onze
samenleving inneemt en zou kunnen gaan innemen. De samenleving waarin
we nu leven heeft productiviteit als één der sterkste normen. Mensen
dienen productief te zijn. Ten tweede worden ontwikkelingen in de
gezondheidszorg vooral gestuurd door de markt. Verkoopbare producten
zoals medicijnen en benodigdheden bij operaties zullen eerder
geproduceerd worden dan zorg door middel van menskracht. Een effect van
de productiviteit norm is het aanpassen van mensen aan de maatschappij
in plaats van andersom. De maakbare mens is een populaire leus, althans
onder wetenschappers en beleidsmakers, niet de maakbare samenleving.
Bovendien is het voor mensen normaal geworden op zichzelf aangewezen te
zijn. Voor hulp en zorg zijn er instellingen, niet zozeer bekenden.
In
deze context moeten we euthanasie zien. Euthanasie is een uitwerking
van de heersende ideologie van de maakbare mens. De oplossing voor een
probleem wordt bij het individu gezocht, niet in de samenleving.
Alternatieve manieren om met het einde van het leven om te gaan lijken
bijvoorbeeld goede palliative zorg en voldoende pijnbestrijding.
Ervaringen van verzorgersters, artsen en nabestaanden van ouderen in
palliatieve zorg instellingen zouden veel meer aandacht moeten krijgen.
Euthanasie lijkt tegenwoordig een goede oplossing om niet te veel
anderen een last te zijn, maar zou ook teruggebracht kunnen worden tot
een allerlaatste noodoplossing. Euthanasie uit het strafrecht halen
bewerkstelligt eerder het omgekeerde, er wordt slechts meer ruimte
gegeven aan een praktijk die op zich al discutabel is.
Zorg voor
elkaar zou gewoon moeten zijn en verwacht moeten kunnen worden. Het
feit dat de overheid zo weinig geld uitgeeft aan zorg voor ouderen,
maar ook aan zorg voor anderen druist regelrecht tegen deze verwachting
in. Ook het idee dat ieder mens evenveel waard is ongeacht leeftijd,
handicap, ziekte, ras, werk, inkomen, enz. lijkt steeds verder af te
brokkelen. In ieder geval komt het niet tot uitdrukking in normen en
waarden die door de samenleving worden gestimuleerd.
Ik vind het
wrang om in een dergelijke samenleving te praten over het uit het
strafrecht halen van euthanasie zonder eerst te praten over hoe we
eigenlijk willen dat de samenleving eruit zou moeten zien. Ook zou er
gepraat moeten worden over hoe mensen meer invloed kunnen krijgen op de
richting waarin de gezondheidszorg en de gehele samenleving zich
ontwikkelt. Laten we proberen manieren te bedenken om op een leuke
manier met elkaar om te gaan en voor elkaar te zorgen. Het is niet
nuttig om achter de agenda van een aantal politici aan te hobbelen.
Euthanasie staat nu even in de picture maar is zeker niet het
belangrijkste strijdpunt om mee aan de slag te gaan voor een betere
samenleving, behalve als een tema in een bredere context waarin ook de
bevolkingspolitieke mogelijkheden van euthanasie worden bediscussieerd
en bestreden.